Verzoeker, een minderjarige, werd op 31 december 2019 aangehouden en de volgende dag heengezonden. Hij stelde schade te hebben geleden door de vrijheidsbeneming die hij als een fictieve inverzekeringstelling kwalificeerde, en vorderde een vergoeding van € 105,- hiervoor. Daarnaast vroeg hij vergoeding voor proceskosten, reiskosten en schade aan zijn telefoon.
De rechtbank oordeelde dat hoewel geen formele inverzekeringstelling had plaatsgevonden, de nacht in de politiecel als zodanig moest worden behandeld vanwege de leeftijd van verzoeker. Daarom werd de standaardvergoeding van € 105,- toegekend. De gevraagde vergoeding voor telefoonschade werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaliteit met de aanhouding.
De rechtbank kende verder vergoeding toe voor de proceskosten van de raadsman (€ 1.176,12), de reiskosten van verzoeker zelf (€ 1,82) en een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift (€ 550,-). Verzoeken voor reiskosten van familieleden werden afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.