Uitspraak
niet in het gelijk. Eiseres heeft het verbod op venten (ambulante straathandel) overtreden en ontoelaatbare hinder veroorzaakt door de verkoop van lachgas. Dit betekent dat de gemeente de lasten onder dwangsom met een totaalbedrag van € 1.000.000,- mocht opleggen en invorderen. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot haar oordeel is gekomen.
- via ufogas.nl wordt een bestelling geplaatst door een klant;
- de betaling geschiedt via de website, dus online, danwel via pin of contant bij het afleveren;
- nadat de bestelling via ufogas.nl door de klant is geplaatst, gaat een koerier van eiseres naar de betreffende locatie en wordt de online bestelde ballon afgeleverd;
- als een koerier op het afgesproken afleveradres wordt aangesproken door passanten, worden zij gesommeerd om een online bestelling te doen en pas dan wordt geleverd;
- het is de koeriers toegestaan om 15 minuten op dezelfde plek door te brengen. Als binnen die 15 minuten een nieuwe bestelling wordt gedaan, dan schuiven die 15 minuten weer op. Hierdoor hoeft niet van de verkoopplekken vertrokken te worden.
Is sprake van venten?
“Ik zag en hoorde dat de verkoper een ballon vulde met het gas vanuit de gasfles, ik zag dat deze ballonnen werden overhandigd aan de personen die er om heen stonden. Ik hoorde tevens dat de verkoper met een luide stem sprak in het worden met de volgende strekking. “Een ballon voor vijf euro”. Ik zag en hoorde dat de verkoper een groep van zes vier mannen en twee vrouwen aansprak en ieder een ballon overhandigde die gevuld was met het gas vanuit de gasfles. Ik zag en hoorde dat er meerdere keren een ballon werd gevuld met het gas vanuit de gasfles voor deze vier mannen. Ik zag dat er een van deze groep geld uit zijn portemonnee haalde en aan de verkoper van de ballonnen die gevuld waren met gas uit de gasfles overhandigde.”
Is sprake van hinder?
Het vullen van de ballonnen met de cilinders zorgt voor een enorm luid sissend geluid. Dit geluid is door een hele straat en zelfs de omliggende straten duidelijk hoorbaar. Het vullen van de ballonnen vindt enorm vaak plaats, namelijk meerdere malen per minuut en op meerdere plaatsen in de straten, met als gevolg dat er voortdurend een luid sissend geluid hoorbaar is.”
“Tegelijkertijd hoorden wij een luid sissend geluid, dat uit de richting van de betrokkene kwam. Wij zagen dat er direct meerdere passanten omkeken in de richting van betrokkene.”
Heeft verweerder een verkeerde belangenafweging gemaakt?
Conclusie
Kunnen de processen-verbaal ten grondslag worden gelegd aan de invorderingsbesluiten?
Is sprake van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan verweerder niet had mogen invorderen?
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Eerste last onder dwangsom
- Op 3 september 2019 heeft verweerder een voornemen last onder dwangsom uitgebracht wegens het overtreden van het ventverbod en de APV. Eiseres heeft hiertegen een zienswijze ingediend.
- Op 27 september 2019 heeft verweerder eiseres een last onder dwangsom van € 10.000,- per overtreding, met een maximum van € 100.000,- opgelegd.
- Op 30 oktober 2019 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend.
Tweede last onder dwangsom
- Op 4 oktober 2019 heeft verweerder een voornemen tot een tweede last onder dwangsom uitgebracht. Volgens verweerder zijn alle dwangsommen van de eerste last verbeurd. Ook hier heeft eiseres een zienswijze uitgebracht.
- Op 10 oktober 2019 heeft verweerder een tweede last onder dwangsom opgelegd. Bij de eerste tot de twintigste overtreding verbeurt eiseres een dwangsom van € 15.000,-, bij de eenentwintigste tot en met de veertigste overtreding een dwangsom van € 20.000,- en bij de eenenveertigste tot en met de achtenveertigste overtreding een dwangsom van € 25.000,-.
- Op 4 november 2019 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend.
Invorderingsbesluiten
- Op 4 oktober 2019, 29 oktober 2019, 5 november 2019 en 7 november 2019 heeft verweerder voornemens uitgebracht tot het invorderen van de lasten onder dwangsom. Eiseres heeft tegen deze voornemens zienswijzen uitgebracht.
- Bij afzonderlijke besluiten van 24 oktober 2019, 7 november 2019, 12 november 2019 en 15 november 2019 heeft verweerder de dwangsommen ingevorderd. Hierbij gaat het om bedragen van € 100.000,-, € 195.000,-, € 405.000,- en € 300.000,-.
- Op 29 november 2019 heeft eiseres bezwaar ingesteld tegen de invorderingsbesluiten van 24 oktober 2019 en 7 november 2019.
- Op 18 december 2018 heeft eiseres bezwaar ingesteld tegen de invorderingsbesluiten van 12 november en 15 november 2018.
- In het besluit van 21 januari 2020 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de lasten onder dwangsom van 27 september 2019 en 10 oktober 2019 en de invorderingsbesluiten van 24 oktober 2019 en 7 november 2019 ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
- Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
- Het onderzoek op de skypezitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
- De rechtbank heeft het onderzoek geschorst zodat partijen de stukken die zien op de laatste twee invorderingsbesluiten nog kunnen inbrengen.
- Bij brief van 17 november 2020 heeft verweerder op grond van artikel 5:39 van Pro de Awb het bezwaarschrift van 18 december 2019 aan de rechtbank doorgestuurd.
- Bij brief van 4 januari 2021 heeft eiseres hierop gereageerd.