Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Bydgoszcz, III Criminal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
12 maart 2021.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
- een
- een
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Stb. 125, die op 1 april 2021 in werking is getreden. Daarbij is ook artikel 12 OLW Pro gewijzigd, in die zin dat de in deze bepaling neergelegde weigeringsgrond nu een facultatief karakter heeft. Gelet op deze wijziging zal de rechtbank eerst het beoordelingskader onder het gewijzigde artikel 12 OLW Pro bespreken.
- ten aanzien van het vonnis van 7 november 2012 (XVI K 234/12):
- ten aanzien van het vonnis van 4 april 2014 (IV K 496/13):
the Regional Court in Bydgoszczten aanzien van het vonnis van 7 november 2012 (XVI K 234/12) de volgende informatie verstrekt:
the District Court in Bydgoszczten aanzien van het vonnis van 4 april 2014 (IV K 496/13) de volgende informatie verstrekt:
the Regional Court in Bydgoszczblijkt dat de eerste zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2012. De opgeëiste persoon heeft op 14 maart 2012 de dagvaarding voor die zitting persoonlijk in ontvangst genomen, samen met informatie over zijn rechten en plichten in de strafprocedure. De opgeëiste persoon is in persoon verschenen op de eerste zitting. Omdat er nog bewijs werd verzameld, is een tweede zitting bepaald op 28 juni 2012. Deze datum is de opgeëiste persoon aangezegd op de eerste zitting.
the District Court in Bydgoszczblijkt dat de opgeëiste persoon op 20 augustus 2014 in persoon de oproeping heeft ontvangen voor de zitting in hoger beroep, die heeft plaatsgevonden op 22 september 2014. De opgeëiste persoon heeft getekend voor ontvangst van deze oproeping. De rechtbank concludeert dat de situatie als bedoeld in artikel 12 onder Pro a van de OLW van toepassing is, zodat artikel 12 OLW Pro ten aanzien van dit vonnis niet aan overlevering in de weg staat.
5.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
Hoedanigheid van ‘rechterlijke autoriteit’ en artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
(Openbaar Ministerie (Onafhankelijkheid van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit)) [7] geoordeeld dat het bestaan van structurele en/of fundamentele gebreken wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van Polen betreft die in alle gevallen negatieve gevolgen voor de rechterlijke instanties in Polen kunnen hebben, op zichzelf niet volstaat om de hoedanigheid van “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6 lid Pro 1, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ aan elke Poolse rechter en rechterlijke instantie te ontzeggen.
7.Artikel 6a OLW; gelijkstelling met een Nederlander
Stb. 125, die op 1 april 2021 in werking is getreden.
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Bydgoszcz, III Criminal Division(Polen).
[opgeëiste persoon].
[opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.