5.1Individuele celruimte en beschikking over afgescheiden sanitaire voorzieningen
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon een reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer de overlevering zou worden toegestaan. In een aantal Belgische gevangenissen, te weten de gevangenissen die onder meer zijn opgenomen in de uitspraak van deze rechtbank van 22 juni 2021, is er nog steeds sprake van overbevolking. Hierdoor wordt de minimale persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel van 3 m2 en de beschikking over afgeschermde sanitaire voorzieningen niet gewaarborgd. Eén van deze gevangenissen betreft de gevangenis in Antwerpen, waar de opgeëiste persoon mogelijk geplaatst zal worden in afwachting van plaatsing in een FPC.
De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van haar standpunt onder meer verwezen naar het rapport van het Comité van de Verenigde Naties (hierna: VN-Comité) tegen Foltering van 30 juli 2021, het jaarverslag 2020 van de Belgische Centrale Toezichtsraad bij het Gevangeniswezen (hierna: CTRG) en naar informatie van andere advocaten, te weten een brief die zij op haar verzoek heeft ontvangen van de Belgische advocaat mr. Verpoorten d.d. 4 oktober 2021, en naar inlichtingen van mr. Kersemakers. Op grond van deze stukken stelt de raadsvrouw dat de algemene detentiegarantie, die door de Belgische autoriteiten is verstrekt bij brief van 9 september 2021, niet volstaat. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht het onderzoek te schorsen teneinde nadere informatie te vragen omtrent de individuele celruimte waarover de opgeëiste persoon zou beschikken indien hij geplaatst zou worden op de afdeling ter bescherming van de maatschappij in de gevangenis in Antwerpen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen individueel gevaar bestaat ten aanzien van de individuele celruimte en het beschikken over afgescheiden sanitaire voorzieningen. De Belgische autoriteiten hebben een algemene detentiegarantie verstrekt, waarmee gegarandeerd wordt dat alle overgeleverde personen vanuit Nederland naar België tenminste 3 m2 celruimte tot hun beschikking krijgen en dat zij de beschikking krijgen over afgescheiden sanitaire voorzieningen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze garantie niet voor de opgeëiste persoon geldt. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de overlevering toe te staan.
De rechtbank stelt vast dat er bij brief van 9 september 2021, afkomstig van de Directeur-generaal bij het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele Rechten en Vrijheden, een algemene detentiegarantie is gegeven:
Als algemene regel, kunnen in België de volgende algemene waarborgen gegeven worden bij een overlevering in het kader van de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel:
- De overgeleverde persoon zal in een cel worden opgesloten waarvan de oppervlakte en de inrichting beantwoordt aan de normen van het CPT van de Europese Raad (minimum 3m2). Dit zowel wanneer hij alleen verblijft in een cel als wanneer hij een daarvoor aangepaste en grotere cel deelt met een andere persoon.
- De sanitaire blokken, doorgaans voorzien van een wasbak en toilet, zijn afgescheiden van de rest van de cel door een muur of door een scherm. Soms is er ook een douche voorzien. In dat geval is het sanitair complex afgescheiden van de rest van de cel.
Eerder in deze brief is ten aanzien van gevangenissen waar gedetineerden op een extra matras slapen, ofwel waar de ‘grondslapers-problematiek’ zich voordoet, over de celruimte en de sanitaire blokken de volgende opmerking gemaakt:
Bovendien garanderen wij dat in de gevangenissen waarin dit fenomeen zich voordoet, er zal op toegezien worden dat de overgeleverden niet zullen worden opgesloten in een dergelijke afdeling zodat de overgeleverde personen ten minste over 3m2 personal space beschikken exclusief de sanitaire blokken.
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is van oordeel dat voldoende vaststaat dat de hiervoor genoemde brief van de Belgische autoriteiten van 9 september 2021, in elke overleveringszaak geldig is, zoals de Belgische autoriteiten in bedoelde brief hebben bevestigd. De rechtbank vindt het daarom niet langer noodzakelijk dat voor elke individuele opgeëiste persoon een detentiegarantie wordt gevraagd bij de Belgische autoriteiten.
De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de algemene detentiegarantie ook geldt voor de opgeëiste persoon. Het feit dat hij in een afdeling ter bescherming van de maatschappij of in een afdeling van sociaal verweer zal worden geplaatst, maakt dat niet anders. Dat betekent dat er voor de opgeëiste persoon geen gevaar bestaat dat hij wordt gedetineerd in een situatie waarin hij over onvoldoende celruimte beschikt. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.