ECLI:NL:RBAMS:2022:1076
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank ongegrond verklaard
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname van zijn DNA en opname in de DNA-databank, stellende dat DNA-onderzoek geen toegevoegde waarde heeft voor opsporing of vervolging gezien de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden. De rechtbank heeft dit bezwaar inhoudelijk behandeld na een hoorzitting in besloten raadkamer, waarbij veroordeelde niet aanwezig was.
De rechtbank overweegt dat de wet voorschrijft dat DNA-afname verplicht is bij veroordeelden, tenzij uitzonderingen gelden. De uitzonderingsgrond dat DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn vanwege de aard van het misdrijf wordt niet aanvaard, omdat voortschrijdende opsporingstechnieken inmiddels ook bij misdrijven als valsheid in geschrift een rol kunnen spelen. Ook de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd bieden geen grond om af te zien van DNA-afname, mede omdat recidivegevaar niet uitgesloten kan worden.
De rechtbank concludeert dat het bevel tot DNA-afname voldoet aan de wettelijke eisen en de uitzonderingen niet van toepassing zijn. Daarom wordt het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.