Eiser heeft in 2014 een Wajong-uitkering aangevraagd, die in 2015 werd afgewezen omdat zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd vastgesteld op 11 mei 2011. In 2021 vroeg eiser opnieuw om herziening, stellende dat zijn arbeidsongeschiktheid al in 2007 begon door verslaving en psychische klachten. Verweerder handhaafde het eerdere besluit, gesteund op een rapport van een verzekeringsarts die concludeerde dat beperkingen pas in 2011 ontstonden.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts ten onrechte alleen medische aandoeningen zoals levercirrose als gevolg van middelengebruik als grondslag voor arbeidsongeschiktheid heeft meegewogen, terwijl vaste rechtspraak erkent dat verslaving die leidt tot klinische opname of gebreken ook een ziekte/gebrek kan vormen. Uit stukken blijkt dat eiser in 2007 al in behandeling was voor amfetamine- en alcoholmisbruik en cannabisafhankelijkheid, met ernstige functioneringsproblemen op school en werk.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van deze feiten en omstandigheden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.