ECLI:NL:CRVB:2021:332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld na zorgvuldige beoordeling beperkingen en belastbaarheid
Appellante, voormalig support-medewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat zij met beperkingen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) nog 92,83% van haar maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep herzag enkele beperkingen, maar handhaafde de conclusie dat appellante voldoende belastbaar is voor geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en functies passend waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de verslaving van appellante geen aanleiding gaf tot aanvullende beperkingen en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.