Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juni 2022 in de zaak tussen
de burgemeester van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
24 augustus 2018 blijkt volgens de burgemeester dat aan deze ondernemingen meerdere naheffingsaanslagen en vergrijpboetes zijn opgelegd wegens overtredingen van de AWR. Ten aanzien van [B.V. 3] stond nog een vordering van € 104.755,- bij de Belastingdienst open. Daarom stelt de burgemeester zich op het standpunt dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de exploitatievergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten, te weten overtredingen van de AWR, verkregen voordelen te benutten (de a-grond). Daarnaast kan volgens de burgemeester uit de opgelegde vergrijpboetes worden afgeleid dat een ernstig gevaar bestaat dat de gevraagde vergunningen mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (de b-grond), zoals het overtreden van de AWR door het niet betalen of onjuist opgeven van belastingen.
29 december 2017, waaruit al volgt dat aan [B.V. 3] en [B.V. 2] naheffingsaanslagen en vergrijpboetes zijn opgelegd, nog actueel was. De essentie van die informatie stond volgens de burgemeester echter al in de bijlage van dit advies. En zelfs als die informatie ten onrechte van de Belastingdienst is verkregen, dan is de informatie niet verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik ervan onder alle omstandigheden ontoelaatbaar is, aldus de burgemeester.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 354,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2022.