Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beschikking van de kantonrechter
[verzoeker]
de besloten vennootschap [verweerster] B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“Ik wil je het volgende voorleggen en kan alleen maar hopen dat je het kan waarderen. Niettemin vind ik het belangrijk om te delen dat je de laatste tijd een stuk minder ontvankelijk bent voor werkoverleg en dat je toon tijdens deze gesprekken een stuk feller is. Bij ons overleg net kreeg ik het gevoel dat ik grote irritaties opwek bij jou en dat mijn vragen volstrekt ongepast waren.
“ [verzoeker] is erg gevoelig. Hij heeft de neiging bokkig/nukkig te worden nu blijkt dat het juridisch handwerk hem niet zo gemakkelijk afgaat als hij voorheen -tijdens zijn studie- wellicht gewend was. Gefundeerde en opbouwende bedoelde kritiek op achterblijvende prestaties ziet hij als een persoonlijke aanval en wordt afgedaan als minder werkplezier, geen goede sfeer op kantoor en andere omstandigheden die buiten [verzoeker] zijn gelegen. Het zou opportuun zijn als [verzoeker] kritisch naar zichzelf zou (blijven) kijken.”
“Wil je ophouden met keihard niezen, loeihard jouw neus snuiten, luidruchtig gorgelen en andere opzichtige aandachtig trekkend, hard geluid produceren?En wel per direct?Het is onsmakelijk, hoogst ongepast en slaat ook overigens helemaal nergens op.Niemand hier op kantoor en daarbuiten gedraagt zich op die manier.En ik ga ervan uit dat je dit ook niet doet in een bespreking met cliënten, tijdens een voordracht, en/of tijdens een zitting (al dan niet via teams).Dat is ook logisch want het is hoogst ongemanierd, onfatsoenlijk en daarmee onaanvaardbaar.Ik wil het in ieder geval niet meer hebben.”Twee kantoorgenoten reageerden over deze woorden na doorzending van de e-mail met: ‘
wtf’ en ‘
absurd’.
“(…) ik vermoed dat mijn soms wat kritische en directe aanpak in jouw vertrekwens een bepalende rol speelt. Een aanpak die wat mij betreft voor iedereen hetzelfde is, maar één waarmee jij moeite hebt. Hierdoor ben je de laatste tijd kennelijk minder gelukkig op kantoor (sfeer). Dat was mij ontgaan. Daarvoor biedt ik graag mijn oprechte verontschuldigingen aan. Want dat is uiteraard nooit mijn bedoeling geweest. (…) Vanzelfsprekend kijk ik daarbij kritisch naar mezelf in de spiegel. Dat moet ook. Een generale aanpak past niet iedereen. Het blijkt dat soms een individuele en op maatwerk gerichte benadering/begeleiding nodig is. (…) waarbij jouw sterke punten volledig aan bod en uit de verf komen en ik als jouw patroon eraan kan bijdragen dat je uitgroeit tot een gewaardeerde advocaat waarop mijn cliënten kunnen rekenen. In ieder geval blijf ik me daarvoor tot het uiterste inspannen, onder meer door de door mij gemaakte fouten in jouw begeleiding te elimineren. Een eerste aanzet daartoe is dat na jouw vakantie wij kamergenoten worden, zodat ik je beter kan begeleiden maar ook nog meer kan leren van hetgeen jij als advocaat-stagiair nodig hebt.(…)”
€ 4.581,06 aan opleidingskosten, dan wel om de opzegging in te trekken nu deze zonder grond werd gedaan. Zo niet dan zal een verzoekschrift zoals het bijgesloten concept worden ingediend bij de kantonrechter, aldus de brief.
“gaat dit over dat diner ter ere van [naam] ’s( [verweerster] , aanvulling kantonrechter)
zoveelste jaar als lid van de balie? Hetzelfde diner dat jij afzegde omdat [naam] zich weer eens belachelijk gedroeg?”
Verzoeken en verweren
- de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst dadelijk dan wel op zo kort mogelijke termijn te ontbinden;
- [verweerster] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 2.195,65 bruto, alsmede een billijke vergoeding van tenminste 4 maandsalarissen, derhalve tenminste € 14.688,- bruto;
- te verklaren voor recht dat [verzoeker] niet is gehouden tot terugbetaling van de helft van de kosten van zijn beroepsopleiding;
- [verweerster] , bij voortduren van de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] , te veroordelen tot betaling van 70% van het bedongen salaris totdat de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
- te verklaren voor recht dat de duur van 12 weken, zoals overeengekomen in artikel 16 van Pro de arbeidsovereenkomst, in strijd is met de wettelijke duur van de loondoorbetalingsverplichting ex artikel 7:629 lid 1 BW Pro;
- [verweerster] te veroordelen in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten.
alsmede een veroordeling tot doorbetaling van loon tijdens ziekte.
Voor [verweerster] kwam de opzegging van de arbeidsovereenkomst op 26 juli 2022 als donderslag bij heldere hemel. Vóór zijn e-mail van 22 augustus 2022 heeft [verzoeker] aan [verweerster] nooit enige verwijten gemaakt en voorgelegd. [verzoeker] wilde niets liever dan bij [verweerster] zijn advocaatstage doen en was voorafgaand aan zijn stage al enige tijd met [verweerster] bekend. [verzoeker] heeft tot begin augustus 2022 goed gefunctioneerd, nam in zaken het voortouw, deed mee aan uitjes, organiseerde een etentje ter ere van het 30-jarig jubileum van [verweerster] als lid van de Balie en lag goed in de groep. Er was dan ook geen enkele grond voor een onregelmatige opzegging, die vermoedelijk is ingegeven door een functie elders en ook niet gepaard ging van enig aanbod ter compensatie van door [verweerster] te lijden schade. De door [verzoeker] opgegeven redenen voor de opzegging moeten als voorwendselen worden aangemerkt om de verschuldigdheid van schadevergoeding te voorkomen. Van intimiderend en vernederend gedrag is in ieder geval geen sprake geweest, hooguit wat kleine incidentjes en verbeterpunten die met [verzoeker] zijn besproken. Voorts heeft [verzoeker] [verweerster] geen gelegenheid gegeven de vermeende verstoring van de arbeidsverhouding op te heffen en heeft [verzoeker] , ook na zijn opzegging, noch na zijn intrekking daarvan, willen meewerken aan een oplossing. [verweerster] refereert zich wel aan het verzoek tot ontbinding.
€ 133.488,- uitgaande van de einddatum 1 januari 2023. [verweerster] verliest immers een enthousiaste en betrokken stagiair die ook omzet genereerde en die, op het niveau van [verzoeker] , bovendien schaars zijn. Voor matiging hiervan bestaat geen grond, aldus [verweerster] . De helft van de door [verweerster] betaalde opleidingskosten dient [verzoeker] op grond van de arbeidsovereenkomst terug te betalen. Voor deze bedragen doet [verweerster] een tegenverzoek.
Beoordeling
“gaat dit over dat diner ter ere van [naam] ’s( [verweerster] , aanvulling kantonrechter)
zoveelste jaar als lid van de balie? Hetzelfde diner dat jij afzegde omdat [naam] zich weer eens belachelijk gedroeg?”