Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De ontnemingsvordering
3.De grondslag van de vordering
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
5.De verplichting tot betaling
voor zover die zijn voldaan, in mindering worden gebracht. Gesteld noch gebleken is dat de toegekende vordering van [benadeelde partij] [filiaal] B.V. is voldaan. Daarom is deze vordering niet op het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht. In de strafzaak is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Dit betekent dat de Staat het aan het slachtoffer te betalen bedrag op verdachte zal proberen te verhalen. De rechtbank ziet daarom geen toegevoegde waarde in het opleggen van een tweede betalingsverplichting voor hetzelfde bedrag in deze ontnemingsprocedure. De kans lijkt groot dat daar executieperikelen van komen. Het komt de rechtbank dan ook praktisch voor om de toegewezen vordering van de benadeelde partij in mindering te brengen op de betalingsverplichting. De rechtbank vermindert de betalingsverplichting daarom met € 8.389,43 (wederrechtelijk verkregen voordeel [benadeelde partij] Diemen + [benadeelde partij] Haarlem).
6.Het toepasselijke wettelijke voorschrift
7.De beslissing
€ 26.789,43. (zesentwintigduizend zevenhonderdnegenentachtig euro en drieënveertig cent).
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van
€ 14.720,-