ECLI:NL:RBAMS:2023:6928
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onrechtmatige omzetting zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte
Eiser is eigenaar van een woning in Amsterdam die zonder vergunning is omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte, waarbij drie personen in de woning wonen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding vormen. Verweerder legde een bestuurlijke boete van €12.570,- op wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, onder c van de Huisvestingswet 2014.
Eiser betwist dat hij toestemming heeft gegeven voor de inschrijving van drie bewoners en stelt dat sprake is van een woongroep die een duurzame gemeenschappelijke huishouding vormt. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en dat de Huisvestingsverordening 2020 op dit punt verbindend is.
De rechtbank stelt vast dat eiser als eigenaar beschikkingsmacht heeft over het gebruik van de woning en dat hij het wederrechtelijke gebruik heeft aanvaard door onvoldoende toezicht te houden. Daarmee is sprake van functioneel daderschap. De boete is vastgesteld volgens het gefixeerde boetestelsel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en eiser heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die matiging rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €12.570,- wordt bevestigd.