Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
[eiseres 1] , uit Amsterdam, eiseres
Inleiding
P. Veluwenkamp als tolk in de Thaise taal en de gemachtigde van verweerder. Als toehoorder was aanwezig [naam] .
Rechtbank Amsterdam
Eiseres heeft een bijstandsuitkering aangevraagd op grond van de Participatiewet, maar deze aanvraag is afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met de persoon bij wie zij woont. Eiseres was sinds september 2022 ingeschreven op het adres van deze persoon, die haar onderdak biedt en de kosten voor huur en boodschappen betaalt, terwijl zij zorgt voor de huishouding en verzorging van deze ernstig zieke persoon.
Eiseres stelde aanvankelijk dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding omdat zij geen relatie had met de persoon, maar heeft deze grond op de zitting ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelde dat het feitelijk samenwonen en wederzijdse zorg en kostenbijdrage voldoende zijn voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding.
Eiseres voerde vervolgens aan dat er sprake is van een zeer bijzondere situatie die toekenning van bijstand rechtvaardigt, omdat zij geen eigen inkomsten heeft en afhankelijk is van de persoon bij wie zij woont. De rechtbank overwoog dat zeer dringende redenen alleen aanwezig zijn bij een acute noodsituatie, zoals levensbedreiging of ernstig letsel, wat hier niet is vastgesteld.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er wel sprake is van afhankelijkheid, maar dat dit geen acute noodsituatie vormt. Eiseres kan mogelijk maatschappelijke opvang krijgen en daarna een bijstandsuitkering als alleenstaande aanvragen. De afwijzing van de bijstand is daarom terecht, het beroep is ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.