De burgemeester van Amsterdam besloot op 29 december 2021 de woning van eiser voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, naar aanleiding van een doorzoeking waarbij handelshoeveelheden hard- en softdrugs en een steekwapen werden aangetroffen.
Eiser betwistte de verzwarende omstandigheden en de bevoegdheid van de burgemeester, en voerde aan dat de sluiting onevenredig was vanwege de gevolgen voor zijn gezin, waaronder een zoon met een lichte beperking. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was, omdat de drugs aantoonbaar bestemd waren voor verkoop en dat verzwarende omstandigheden, zoals eerdere schietincidenten en wapenbezit, de sluiting rechtvaardigen.
De rechtbank vond de sluiting noodzakelijk en evenredig, mede omdat de burgemeester passende opvang had geregeld voor eiser, zijn vrouw en hun zoon. De belangen van eiser waren voldoende meegewogen en het besluit diende het algemeen belang van bescherming van de openbare orde en het woonklimaat.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.