Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De tenlastelegging
2.Formele vragen
3.Bewijsoverwegingen
4.De bewezenverklaring
5.Het bewijs
6.De strafbaarheid
7.De strafmaat
8.De benadeelde partij
Kosten voor administratie, onderzoek etc. € 751,65
€ 3.005,46
Rechtbank Amsterdam
Op 9 oktober 2017 werd bij verdachte een hennepkwekerij met 200 planten aangetroffen in Amsterdam, waarbij tevens stroom werd gestolen van een derde partij. Verdachte werd in verzekering gesteld en later vervolgd. De zaak kende een uitzonderlijke overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar, hetgeen door de verdediging werd aangevoerd als grond voor niet-ontvankelijkheid. De politierechter oordeelde echter dat deze overschrijding geen grond tot niet-ontvankelijkheid vormt, mede omdat verdachte bekennende verklaring aflegde en geen belemmering van het onderzoek was gebleken.
De politierechter achtte op basis van de bekennende verklaring en diverse proces-verbalen beide feiten bewezen: het medeplegen van het telen van hennep en het medeplegen van diefstal van elektriciteit door middel van verbreking. Verdachte was niet eerder met justitie in aanraking gekomen en verklaarde de feiten te hebben gepleegd vanwege schulden. De officier van justitie eiste een geheel voorwaardelijke taakstraf vanwege de overschrijding, maar de politierechter besloot geen straf op te leggen vanwege de omstandigheden.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van ruim €5.000,-, waarvan na verrekening van betalingen en een toetsing van het aantal oogsten een bedrag van €1.128,95 werd toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 juli 2017. Incassokosten werden niet toegewezen. De politierechter sprak verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen werd verklaard en veroordeelde haar in de proceskosten tot nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard zonder strafoplegging en veroordeeld tot betaling van een gedeeltelijke schadevergoeding.