ECLI:NL:RBAMS:2024:7112
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verrekening van bijstandsuitkering met ontvangen loon en transitievergoeding
Eiser maakte bezwaar tegen de maandelijkse inhouding van € 100,- op zijn bijstandsuitkering ter aflossing van een schuld die was ontstaan door loon en transitievergoeding ontvangen in juli en augustus 2022. Verweerder had deze bedragen verrekend met de uitkering over een periode die langer was dan de wettelijk toegestane zes maanden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onjuist heeft gehandeld door de verrekening voort te zetten vanaf maart 2023, terwijl de wettelijke termijn van zes maanden na ontvangst van de middelen was verstreken. Volgens de Participatiewet had verweerder na deze termijn een terugvorderingsbesluit moeten nemen in plaats van verrekenen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij de uitspraak ook gevolgen heeft voor alle onrechtmatige verrekeningen vanaf maart 2023. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter M.H.W. Franssen en griffier J.C.M. Schilder op 22 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 58 van de Participatiewet.