Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vorderingen en het verweer
In conventie en reconventie
4.De beoordeling
In conventie en reconventie
€ 135,00
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een effectenleaseovereenkomst gesloten tussen eiser en Dexia, waarbij eiser de overeenkomst zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote is aangegaan. De echtgenote heeft zich op vernietigbaarheid van de overeenkomst beroepen op grond van artikel 1:89 BW Pro.
Eiser vordert vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling van betaalde bedragen met wettelijke rente. Dexia voert verweer en stelt onder meer dat de vernietigingsbrieven niet rechtsgeldig zijn en dat de vordering is verjaard.
De rechtbank oordeelt dat de vernietigingsbrieven wel rechtsgevolg hebben, ook al is de eerste brief ongedateerd en onondertekend, omdat Dexia deze heeft ontvangen en niet om opheldering heeft gevraagd. Het beroep op verjaring faalt omdat Dexia onvoldoende heeft onderbouwd dat de echtgenote vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomst.
Daarom wordt de overeenkomst vernietigd en wordt Dexia veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen minus ontvangen dividenden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 maart 2007. Tevens wordt Dexia veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen van Dexia worden afgewezen.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomst wordt vernietigd en Dexia veroordeeld tot terugbetaling van betaalde bedragen met wettelijke rente en proceskosten.