ECLI:NL:RBAMS:2025:10722

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
13-232913-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 SrArt. 416 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Litouwse verdachte ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 december 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) van Litouwen voor de overlevering van een verdachte geboren in 1982, die verdacht wordt van meerdere diefstallen en opzetheling. De verdachte was in Nederland gedetineerd en werd bijgestaan door een raadsman en tolk.

De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder de dubbele strafbaarheid van de feiten volgens Nederlands recht. Dit werd bevestigd voor diefstal, diefstal met valse sleutels, braak en opzetheling. Vervolgens werd getoetst of artikel 11 van Pro de Overleveringswet (OLW) over detentieomstandigheden in Litouwen een belemmering vormde.

Hoewel eerdere jurisprudentie een algemeen reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in Litouwse gevangenissen constateerde, bood de aanvullende informatie van de Litouwse autoriteiten concrete garanties. Deze betroffen onder meer individuele risicobeoordeling, plaatsing in veilige cellen, scheiding van informele gevangenisleiders en voldoende persoonlijke ruimte van 3,6 m2. De rechtbank oordeelde dat deze maatregelen het algemeen gevaar voldoende wegnemen.

De raadsman betoogde dat de garanties onvoldoende waren, met name over de veiligheid en het kastenstelsel, maar de officier van justitie stelde dat de aanvullende informatie voldeed aan de jurisprudentie en het Hof van Justitie van de EU. De rechtbank volgde dit standpunt en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Litouwen toe vanwege voldoende garanties tegen onmenselijke detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-232913-25
Datum uitspraak: 24 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 14 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 september 2025 door de
Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania,Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Litouwen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB, gelezen in samenhang met het A-formulier, vermeldt een nationaal aanhoudingsbevel, uitgevaardigd op 17 juli 2025 door de
Vilnius City District Courtmet referentienummer 01-1-37501-24.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Litouws recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
telkens: diefstal;
telkens: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
telkens: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
opzetheling.

5.Artikel 11 OLW Pro: Litouwse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). [4] Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg.
Door de
Lithuanian Prison Serviceis op 28 oktober 2025 de volgende informatie gegeven:
“[..]
1.As regards the specific places of imprisonment of [de opgeëiste persoon] , we would point out that persons surrendered to the Republic of Lithuania under the EAW are initially placed in Vilnius or Kaunas prison. If [de opgeëiste persoon] is granted an extension of the constraint measure – arrest, he will be transferred to prison under the jurisdiction of the court that imposed the constraint measure. Persons subject to arrest may be held in Vilnius Prison, Kaunas Prison, Šiauliai Prison, and Panevėžys Prison (women). Arrestees are held in small cells designed for 2-4 persons. [..]
3. In all Lithuanian prisons the arrested persons are assessed considering the risk of violence they could face or thee[sic]
risk of violence posed by them, and, considering the established risks, the arrested persons are differentiated and placed in cells in a way guaranteeing their safety. In the event of surrender of [de opgeëiste persoon] to Lithuania further to the EAW, the risk of violence against him would be assessed before placing him in a cell, and he would be place in a cell in which there would be no violent conflicts between him and other convicts in the same cell. The prison staff constantly monitor the microclimate between the arrested persons and, upon establishment or receipt of information on a likely risk of violent conflict between the arrested persons, shall apply preventive measures to prevent a violent conflict including separation of the arrested persons who could get into violent conflict, redistribution of inmates between the cells, or isolation thereof.
3.1
Upon noticing any sings[de rechtbank begrijpt: ‘signs’]
of violence between the arrested persons or prisoners including oral or psychological violence the imprisonment facility staff shall examine the situation and undertake actions to prevent violent acts. Safety of [de opgeëiste persoon] in the prison outside the cell, i.e. in the common premises, courtyard, shall be secured by:
3.1.1.
monitoring of the microclimate between the prisoners by the staff in their posts and, thus, having them identify likely presumptions of violent conflicts in due time and undertake measures to prevent the conflict before it occurred;
3.1.2.
monitoring the situation using the video surveillance cameras installed in most of the common premises of the prison;
3.1.3.
having the contact officer communicate directly with [de opgeëiste persoon] and provide him with required assistance.
3.1.4.
limiting [de opgeëiste persoon] ’s contacts with detainees from other cells, i.e. when carrying out activities outside the cell (walking, employment, etc) [de opgeëiste persoon] will only be with detainees from his cell, with whom he will be accommodated only after the risk assessment specified in point 3 has been carried out.
[..]
Lithuania is a member state of the European Union that complies with the law. Penintentiary institutions are in live with with the requirements of Article 3 of the European Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms of 4 November 1950 and Article 4 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union.”
Vervolgens heeft de
Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuaniaop 3 december 2025 een brief toegestuurd van de
Lithuanian Prison Servicevan 27 november 2025 waarin onder meer de volgende informatie staat:
[..] After his surrender to Lithuania on the basis of the EAW, and during the period of his detention, [de opgeëiste persoon] will be held in the Vilnius prison within the area of activity of the Vilnius City District Court that imposed the person’s detention by the Ruling of 15 July 2025. Detainees are provided with the minimum living area of 3.6 m2 (excluding sanitary facilities). [..]
Detainees are taken for a walk together with the detainees from the same cell. [de opgeëiste persoon] will be placed in a cell with other detainees only after it has been established that there is no risk of conflict among these detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell. It should be noted that activities in prisons are organised in accordance with a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates any possibility for the detainees with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/or activities.
In order to control violence among prisoners and as far as possible, leaders of non-formal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on others are held separately from other vulnerable prisoners. Leaders of non-formal hierarchies are isolated on separate floors and in separate locked cells. During his detention, [de opgeëiste persoon] will be held separately from the leaders of non-formal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on others.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank [5] – op het standpunt dat artikel 11 OLW Pro aan de overlevering in de weg staat. Uit de aanvullende informatie van 28 oktober 2025 blijkt dat nog niet duidelijk is of de opgeëiste persoon in de
Vilnius prisonof de
Kaunas prisonterechtkomt. Ook blijkt uit deze aanvullende informatie dat gedetineerden slechts 3,6 m2 persoonlijke ruimte tot hun beschikking krijgen. Deze garantie voldoet daarmee niet aan de in de jurisprudentie gestelde eisen. Daarnaast blijkt uit de aanvullende informatie van 27 november 2025 niet dat de veiligheid van de opgeëiste persoon kan worden gegarandeerd en dat hij niet zal worden geconfronteerd met de gevolgen van het kastenstelsel. Er wordt slechts vermeld dat
as far as possiblezal worden getracht de informele leiders van de gevangenishiërarchieën gescheiden te houden van de opgeëiste persoon. Dit is daarmee geen garantie dat de opgeëiste persoon niet in aanraking zal komen met deze informele leiders.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank [6] – op het standpunt overlevering kan worden toegestaan, omdat de garanties in de aanvullende informatie voldoende zijn om het algemeen reëel gevaar op schending van artikel 4 Handvest Pro voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Uit de brief van 27 november 2025 blijkt namelijk dat de opgeëiste persoon 3,6 m2 persoonlijke ruimte tot zijn beschikking zal krijgen. Dit is in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU). [7] Daarnaast blijkt uit de aanvullende informatie dat gedetineerden eerst zullen worden gescreend voordat zij samen op cel zullen worden gezet. Verder blijkt dat de informele leiders gescheiden zullen worden van de andere gedetineerden – en dus ook van de opgeëiste persoon.
Oordeel van de rechtbank
Uit de aanvullende informatie van 27 november 2025 blijkt dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in de
Vilnius prison. De rechtbank zal daarom alleen de detentieomstandigheden van deze instelling toetsen. [8]
De rechtbank is, gelet op de aanvullende informatie van 28 oktober 2025 en 27 november 2025, van oordeel dat met de gegeven individuele garantie van de Litouwse autoriteiten het algemeen reëel gevaar op onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. In de aanvullende informatie worden concrete maatregelen genoemd om de opgeëiste persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op het risico op geweld of een vernederende behandeling van de opgeëiste persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op dergelijke risico’s tijdens het verblijf van de opgeëiste persoon in de gemeenschappelijke ruimtes. Het feit dat hierbij is meegedeeld dat de veiligheid van de opgeëiste persoon
as far as possiblegegarandeerd wordt, maakt dit oordeel niet anders.. Het risico op geweldsincidenten in een detentiesituatie kan immers nooit volledig worden uitgesloten. Nu deze garantie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt, staat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 310, 311 en 416 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de
Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania,Litouwen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. J.G. Vegter en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
7.Hof van Justitie, 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857, punt 75.
8.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.