Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Provincial Court in Radom, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Grójecvan 22 februari 2021 met kenmerk II K 412/19. Uit onderdeel d) van het EAB volgt dat in hoger beroep over deze zaak is geoordeeld bij arrest van
the Provincial Court in Radom Division V Appealsvan 5 oktober 2021 met kenmerk V Ka 801/21 .
the Regional Court in Radomvan 5 oktober 2021 met kenmerk V Ka 8011/21 aan artikel 12 OLW Pro getoetst moet worden.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro
European Judicial Network(hierna: EJN) de volgende informatie ontvangen over het Poolse plaatsingsbeleid van gedetineerden (gebaseerd op de Poolse
Executive Penal Code):
Report of the Commissioner for Human Rights on the Activities of the National Mechanism for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment in Poland in 2022 [9] (hierna: het rapport van het NMPT) is op pagina’s 46 tot en met 48 het volgende te lezen over de situatie in de gevangenis van Barczewo:
onwaarschijnlijkis dat de opgeëiste persoon in Barczewo geplaatst zal worden. Dat in andere zaken tegen andere opgeëiste personen door Poolse autoriteiten andere informatie is verstrekt, doet hier niet aan af.
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
vóór 31 maart 2025, het einde van de verlengde beslistermijn.