De rechtbank Amsterdam heeft op 5 juni 2025 uitspraak gedaan over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten tegen een Oekraïense verdachte. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar en vier maanden, waarvan nog één jaar en zestien dagen resteren, opgelegd voor een diefstal met geweld door meerdere personen.
Tijdens de zitting van 22 mei 2025 verscheen de verdachte, bijgestaan door een advocaat en tolk. De rechtbank heeft de wettelijke termijn voor uitspraak met 30 dagen verlengd en de voorlopige gevangenhouding bevolen. De identiteit van de verdachte werd bevestigd.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de voorwaarden van de Overleveringswet en dat het feit onder Nederlandse wetgeving strafbaar is. Hoewel er structurele en fundamentele gebreken zijn in de Poolse rechtsorde die het recht op een eerlijk proces kunnen bedreigen, heeft de verdachte geen concreet individueel gevaar aangetoond dat deze gebreken zijn zaak beïnvloeden.
Daarom zijn er geen weigeringsgronden en staat de rechtbank de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De beslissing is genomen door de rechtbank Amsterdam, internationale rechtshulpkamer, onder voorzitterschap van M.E.M. James-Pater.