ECLI:NL:RBAMS:2025:5759

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 augustus 2025
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
13/165363-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweren over proces- en detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 juli 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Regional Court in Elbląg, Polen, gericht op de overlevering van een persoon geboren in 1978 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en een wapengerelateerde strafbaar feit.

De verdediging voerde aan dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon waren geschonden omdat hij niet bij alle zittingen aanwezig was vanwege ziekenhuisopnames en geen advocaat had bij de uitspraak. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het EAB vermeldde dat de opgeëiste persoon in persoon bij het proces was verschenen en de enkele stelling onvoldoende was om af te wijken van de informatie in het EAB.

Verder stelde de verdediging dat de detentieomstandigheden in Polen onvoldoende medische zorg boden en dat de veiligheid van de opgeëiste persoon in gevaar was door detentie in dezelfde gevangenis als een invloedrijke medeveroordeelde. De rechtbank vond geen objectieve en betrouwbare gegevens die een algemeen reëel gevaar voor onmenselijke behandeling of geweld in Poolse detentie aantoonden en verwierp ook dit verweer.

De rechtbank constateerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig waren. Ook al bestaat er een algemeen reëel gevaar voor schending van het recht op een eerlijk proces in Polen, was niet aangetoond dat dit de zaak van de opgeëiste persoon concreet heeft beïnvloed. Daarom werd de overlevering toegestaan.

Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2025.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/165363-25
Datum uitspraak: 5 augustus 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 30 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 februari 2023 door
the Regional Court in Elbląg II Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1978,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat te Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van de
District Court in Elblągvan 9 maart 2021 (VIII K 46/17).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaar, negen maanden en 14 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zijn geschonden. De opgeëiste persoon heeft niet alle zittingen bijgewoond vanwege ziekenhuisopnames in verband met zijn diabetes. Hij was niet bij de uitspraak aanwezig en had geen advocaat. De overlevering moet daarom worden geweigerd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro geen beletsel voor de overlevering vormt.
De rechtbank overweegt als volgt. Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is daarom niet aan de orde. De enkele stelling van de opgeëiste persoon dat hij niet bij alle zittingen aanwezig was en dat daardoor zijn verdedigingsrechten zijn geschonden, is zonder nadere onderbouwing onvoldoende om niet uit te gaan van de informatie in het EAB. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

4.Strafbaarheid

4.1
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het eerste strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het tweede feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon in detentie niet de medische zorg zal krijgen die hij nodig heeft vanwege zijn diabetes. Hij is eerder gedetineerd geweest in Polen en heeft toen ook niet de medische zorg gekregen die hij nodig heeft. Daarnaast vreest de opgeëiste persoon voor zijn veiligheid indien hij in dezelfde gevangenis wordt gedetineerd als de medeveroordeelde die in het EAB wordt genoemd. Zijn medeveroordeelde is namelijk één van de bekendste en gevaarlijkste criminelen in Polen en hij is zeer invloedrijk, ook binnen de gevangenis. Daarom moet minst genomen een garantie worden gevraagd van de Poolse autoriteiten dat de opgeëiste persoon niet in dezelfde gevangenis wordt vastgezet als deze medeveroordeelde.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentieomstandigheden geen beletsel vormen voor de overlevering.
De rechtbank overweegt dat zij geen algemeen reëel gevaar heeft aangenomen dat gedetineerden die een gevangenisstraf uitzitten in Polen het risico lopen te worden blootgesteld aan onmenselijke of vernederende omstandigheden, doordat in detentie niet de nodige medische zorg wordt verleend. Evenmin heeft de rechtbank een dergelijk algemeen reëel gevaar vastgesteld ten aanzien van geweld tussen gedetineerden onderling. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit een dergelijk algemeen reëel gevaar voor personen die een gevangenisstraf uitzitten in Polen, blijkt. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon. De verweren worden verworpen.
6. Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [4]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 26 en 55 Wet wapens en munitie en 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Elbląg II Criminal Department(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 augustus 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.
5.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (