De rechtbank Amsterdam behandelde een civiele zaak tussen Stichting Dynamo Voorscholen en een consument over een kinderopvangovereenkomst. De eiser vorderde betaling van openstaande bedragen, maar de gedaagde verscheen niet. De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst een overeenkomst op afstand betrof en dat de eiser onvoldoende had voldaan aan de informatieplicht over het ontbindingsrecht, wat een sanctie van 20% korting op de hoofdsom rechtvaardigde.
Daarnaast werd het prijswijzigingsbeding in de algemene voorwaarden getoetst aan Europese jurisprudentie en het transparantievereiste. Het beding voldeed niet aan de vereisten omdat het geen concrete berekeningsmethode bevatte en een oneerlijk contractueel evenwicht creëerde. De rechtbank was voornemens dit beding te vernietigen, met de consequentie dat geen prijsverhogingen mochten worden doorgevoerd.
Ook het rentebeding werd ambtshalve getoetst en als oneerlijk beoordeeld vanwege een te hoog rentepercentage, hoger dan de wettelijke handelsrente, wat leidde tot het voornemen tot vernietiging. De eiser werd in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de gevolgen van deze voornemens, waarna verdere beslissing werd aangehouden.