Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court in Poznań, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
District Court in Kościanvan 20 oktober 2021, met kenmerk II K 339/21;
District Court in Kościanvan 21 oktober 2019, met kenmerk II K 352/19:
District Court in Kościanvan 6 februari 2019, met kenmerk II K 802/18;
District Court in Kościanvan 25 april 2019, met kenmerk II K 852/18.
public defence lawyeris vertegenwoordigd. De opgeëiste persoon weet hier echter niks van. Daarnaast blijkt uit de toelichting op het in de aanvullende informatie ingevulde
personal statement in writingheeft aangegeven dat hij geen verzet of hoger beroep aan zou tekenen tegen het vonnis. Het is onduidelijk op welke wijze dit heeft plaatsgevonden.
personal statement in writing, waarvan hiervoor sprake was.
was represented by a defence counsel who actively defended his interests”. Bovendien is in de aanvullende informatie aangekruist dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces en dat hij een advocaat (“
who was appointed by this person or by the State”) heeft gemachtigd om hem op de zitting te verdedigen, en dat deze advocaat hem ook daadwerkelijk heeft verdedigd op de zitting. De situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW doet zich dus voor, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. Het verweer van de raadsvrouw dat niet duidelijk is of de advocaat is gekozen door de opgeëiste persoon of is aangesteld door de Poolse staat maakt dit niet anders omdat dit er niet aan kan afdoen dat deze advocaat door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk is gemachtigd en hem daadwerkelijk heeft verdedigd. De rechtbank verwerpt het verweer.
mailed”) en dat hij deze op 25 oktober 2019 in persoon heeft opgehaald. In de aanvullende informatie staat hierover dat deze beslissing op 24 oktober 2019 aan de opgeëiste persoon is betekend en dat hij daarbij uitdrukkelijk is geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn en tijdens welke de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing. Ook staat daarin dat de opgeëiste persoon geen verzet of hoger beroep heeft aangetekend. De situatie als bedoeld in artikel 12, onder c, OLW doet zich dus voor, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. De raadsvrouw heeft er nog op gewezen dat in het EAB staat dat het vonnis per e-mail aan hem is verzonden terwijl uit de aanvullende informatie blijkt dat hij toen gedetineerd was, reden waarom volgens de raadsvrouw het vonnis hem niet kan hebben bereikt omdat in de gevangenis geen e-mail beschikbaar is. De rechtbank heeft echter geen aanleiding te twijfelen aan de verstrekte informatie. Uit de vermelding ‘
mailed’ kan namelijk niet worden afgeleid dat dit ziet op een verzending per e-mail, maar alleen dat dit vonnis is verzonden. De toelichting bij onderdeel d) van het EAB leest de rechtbank dan ook in samenhang met de aanvullende informatie aldus dat een afschrift van het verzamelvonnis op 24 oktober 2019 naar de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon was gedetineerd is verzonden, welk afschrift door hem op 25 oktober 2019 in persoon is opgehaald. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.
public defence lawyeris vertegenwoordigd die een verzoek heeft ingediend om de gronden van het vonnis te verkrijgen. De rechtbank kan hieruit – mede gelet op het gevoerde verweer – niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat de opgeëiste persoon de desbetreffende advocaat heeft gemachtigd hem ter zitting te vertegenwoordigen, nu een
public defence lawyerook zonder machtiging kan hebben opgetreden.
personal statement in writingheeft verklaard geen hoger beroep aan te tekenen tegen het verzamelvonnis. De rechtbank stelt dan ook vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het verzamelvonnis en daartegen geen hoger beroep heeft ingesteld, waardoor hij persoonlijk afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces (in hoger beroep) aanwezig te zijn. Om die reden is hij niet in zijn verdediging geschaad.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan de
Regional Court in Poznań(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.