Beoordeling door de rechtbank
5. De rechtbank moet in deze procedure beoordelen of het UWV eiser per 28 juni 2023 terecht minder dan 35% arbeidsongeschikt heeft geacht. Daartoe moet de rechtbank aan de hand van de argumenten van eiser allereerst toetsen of het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest. Vervolgens moet de rechtbank toetsen of het UWV de medische beperkingen van eiser juist heeft vastgesteld. Tot slot moet de rechtbank beoordelen of eiser, rekening houdend met de vastgestelde beperkingen, in staat is om de geselecteerde functies te verrichten.
6. Het uitgangspunt is dat het UWV zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. De rechtbank gaat hieronder in op de vraag of de opgestelde medische en arbeidskundige rapporten voldoen aan deze voorwaarden.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig?
7. Eiser voert aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft eiser namelijk ten onrechte niet onderzocht. Eiser heeft daardoor geen uitleg kunnen geven over zijn fysieke gesteldheid en de beperkingen die hij ervaart. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarnaast ten onrechte geen nieuwe medische informatie opgevraagd over de klachten van eiser.
8. Over het standpunt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiser ten onrechte niet heeft onderzocht, overweegt de rechtbank als volgt. In de uitspraak van 18 januari 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep (de Raad) overwogen dat het antwoord op de vraag of een nieuw fysiek onderzoek in bezwaar noodzakelijk is, onder meer afhankelijk is van de medische situatie van de betrokkene, de in bezwaar aangevoerde gronden en de vraag of sprake is van een gebrek in het onderzoek dat in bezwaar moet worden hersteld. Bij betwisting van de medische grondslag in bezwaar is het dus niet (altijd) vereist dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep de betrokkene op een spreekuur onderzoekt. Afhankelijk van wat in bezwaar in een concrete situatie speelt, kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep er ook voor kiezen gebruik te maken van een of meer andere onderzoeksmogelijkheden, zoals een dossieronderzoek.
9. De rechtbank stelt vast de eerste verzekeringsarts eiser op een spreekuur heeft gezien. Tijdens dit spreekuur heeft de eerste verzekeringsarts eiser lichamelijk en psychisch onderzocht. Ook heeft deze verzekeringsarts het dossier bestudeerd. Het is de rechtbank niet gebleken dat het onderzoek van deze verzekeringsarts gebrekkig is geweest. Dit heeft eiser ook niet gesteld.
10. In het rapport van 15 februari 2024 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht dat er in het bezwaarschrift en in de aanvullende hoorzitting, verricht door een medewerker bezwaar, geen nieuwe medische feiten naar voren komen. Dit geeft geen aanleiding om verder medisch onderzoek in te stellen door een medisch spreekuur, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarom geoordeeld dat er voldoende informatie is om tot een inhoudelijk besluit te komen.
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee voldoende gemotiveerd waarom hij eiser niet op een spreekuur heeft gezien. De grond slaagt niet.
12. Over het standpunt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte geen nieuwe medische informatie heeft opgevraagd, overweegt de rechtbank als volgt. Een verzekeringsarts mag in principe op varen op zijn eigen oordeel. Raadpleging van de behandelend sector is aangewezen als een behandeling in gang is gezet of in gang gezet zal worden die een beduidend effect zal hebben op de mogelijkheden van een betrokkene tot het verrichten van arbeid, of als een betrokkene stelt dat de behandelend sector een beredeneerd afwijkend standpunt heeft over de beperkingen.
13. Naar het oordeel van de rechtbank doet geen van deze situaties zich voor. Eiser heeft daarnaast niet concreet benoemd welke informatie (van welke behandelaar) ontbreekt. Ook deze grond slaagt niet.
14. Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest.
15. Eiser voert vervolgens aan dat zijn beperkingen zijn onderschat. Hij kampt nog altijd met de gevolgen van het bedrijfsongeval. Hij kan geen functies vervullen waarvoor fysieke inspanning is vereist. Ook in zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen ervaart eiser klachten. Eiser heeft nog altijd pijn. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser verschillende medische stukken overgelegd.
16. In het rapport van 7 februari 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht dat de overgelegde medische stukken geen aanleiding geven om de belastbaarheid aan te passen. De medische stukken zijn allemaal van voor de datum in geding van 28 juni 2023 en beschrijven het beloop vanaf de ziekenhuisopname direct na de onderbeenbreuk van scheen- en kuitbeen links tot de laatste controle op 5 mei 2023 door de orthopeed. Het is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep duidelijk dat er op 28 juni 2023 nog klachten aanwezig waren. In hoeverre eiser daarbij belemmeringen ervoer is niet duidelijk geworden uit de brief van de orthopeed van 5 mei 2023, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Er is geen notitie van een lichamelijk onderzoek waaruit eventuele beperkingen kunnen worden afgeleid, hoewel deze gegevens wel zijn uitgevraagd door een verzekeringsarts. Wat betreft de behandeling was er behoudens een injectie geen noodzaak voor aanvullende behandeling. Alles tezamen kan er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd worden dat de ingebrachte medische gegevens van de orthopeed geen andere ernst weergeven van de klachten en belemmeringen die eiser ervaart. Ook wordt er geen ernstiger medisch beeld beschreven dan aangenomen door de eerste verzekeringsarts. Er is in de opgestelde belastbaarheid al rekening gehouden met de restklachten en zodoende restbeperkingen.
17. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee voldoende overtuigend gemotiveerd dat hij geen aanleiding heeft gezien om meer beperkingen aan te nemen. De rechtbank betrekt hierbij ook dat de verzekeringsartsen hebben onderkend dat eiser nog pijn heeft, maar dat dit geen aanleiding geeft om meer beperkingen aan te nemen. Het tegendeel blijkt niet uit de medische stukken die eiser heeft overgelegd. Ook uit de brief van de orthopeed van 5 mei 2023 volgt niet dat eiser medisch andere of verdergaande beperkingen heeft. De ingediende medische stukken geven dan ook geen aanleiding om aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te twijfelen.
18. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het UWV de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 20 oktober 2023 aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen.
Het arbeidskundig onderzoek
19. Eiser voert tot slot aan dat hij de geselecteerde functies door zijn beperkingen niet kan uitoefenen. Daarnaast is eiser de Nederlandse taal onvoldoende machtig en beschikt hij niet over een rijbewijs. Een rijbewijs is echter wel nodig, omdat de functies op afstand liggen en eiser afgelegen woont. Daarnaast is een rijbewijs nodig om de functie lader en losser te kunnen uitoefenen.
20. Uitgaande van de juistheid van de FML van 20 oktober 2023, is de rechtbank van oordeel dat er geen grond is voor het oordeel dat de geduide functies in medisch opzicht niet voor eiser geschikt zijn. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat de functies de belastbaarheid van eiser overschrijden.
21. Over de beheersing van de Nederlandse taal overweegt de rechtbank als volgt. De mondelinge beheersing van de Nederlandse taal wordt aangemerkt als een bekwaamheid die algemeen gebruikelijk is en binnen zes maanden kan worden verworven.Gelet op zijn opleidingsniveau (eiser heeft in Syrië middelbaar en twee jaar universitair onderwijs gevolgd), mag daarnaast van eiser worden verwacht dat hij de vereiste basale beheersing van de Nederlandse taal binnen een redelijke termijn kan aanleren. Er is geen aanleiding voor de conclusie dat er medische redenen zijn waarom eiser dit niet binnen een redelijke termijn zou kunnen aanleren. De grond slaagt niet.
22. Voor zover eiser betoogt dat hij een rijbewijs nodig heeft om bij de werkplekken te komen, is de rechtbank van oordeel dat het de eigen verantwoordelijkheid van eiser is dat hij (al dan niet met het openbaar vervoer) bij de werkplekken komt. Er is geen grond voor de conclusie dat eiser niet met het openbaar vervoer bij de functies kan komen. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat niet uit de functieomschrijving blijkt dat voor de functie lader en losser een rijbewijs noodzakelijk is. Ook deze gronden slagen niet.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
23. Eiser voert tot slot aan dat het UWV in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel heeft gehandeld.
24. De rechtbank heeft de zorgvuldigheid van de besluitvorming al beoordeeld in overweging 7 tot en met 13. Ook de stelling dat de weigering eiser een WIA-uitkering toe te kennen in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, slaagt niet. Gelet op het verplichtende karakter van artikel 5 van de Wet WIA bestaat in principe geen ruimte voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. Bovendien heeft eiser zijn stelling niet onderbouwd.De gronden slagen niet.