Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Poznań (Sąd Okręgowy W Poznaniu), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Trzciankamet kenmerk II K 354/21.
the District Court in Trzciankamet kenmerk II Ko 554/24 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog negen maanden en negentien dagen.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
vanthe District Court in Trzcianka(met kenmerk II K 354/21)heeft geleid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat artikel 12 OLW Pro ten aanzien van dit vonnis niet aan de orde is.
the District Court in Trzciankavan 29 augustus 2024 (met kenmerk II Ko 554/21) is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.
kenmerk II K 750/21, alsook in een tweetal vonnissen van de Politierechter in Nederland, respectievelijk van 30 mei 2022 (
parketnummer 08-087336-22) en van 4 december 2023, waarvoor een viertal parketnummers worden genoemd. De rechtbank stelt vast dat uit de Nederlandse justitiële documentatie van opgeëiste persoon blijkt dat de parketnummers 08-245278-21, 08-121603-23 en 08-146940-23 ter terechtzitting zijn gevoegd bij
parketnummer 08-210466-23.
triggerendestrafbare feiten moeten op grond van voormeld arrest van het HvJ EU wel worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro.
triggering facts” is veroordeeld, niet van toepassing. Ten aanzien van het vonnis met kenmerk II K 750/21 is volgens de officier van justitie niet gebleken dat zich één van de in artikel 12, aanhef en onder a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan, maar kan er worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond. De Poolse autoriteiten hebben namelijk een adresinstructie aan de opgeëiste persoon verstrekt. De opgeëiste persoon was op de hoogte van de strafprocedure en de verdenking. Bovendien heeft hij in aanloop naar de zitting een handgeschreven brief over de zitting naar de rechtbank in Polen gestuurd dat hij in het buitenland verbleef. De opgeëiste persoon heeft daarom ofwel stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om bij zijn proces aanwezig te zijn, ofwel is in dat kader kennelijk onzorgvuldig geweest. Ten aanzien van de vonnissen met parketnummers 08-087336-22 en 08-210466-23 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder a, OLW. De opgeëiste persoon is in persoon gedagvaard en is daarbij geïnformeerd over de datum en plaats van de procedures. De officier van justitie merkt op dat uit de akte van uitreiking van de dagvaarding van 22 augustus 2023 inzake 08-210466-23 volgt dat de opgeëiste persoon is gedagvaard is in alle vier de zaken.
the District Courtwaarin hij zich verdedigde tegen het feit en aangaf dat hij niet naar de zitting kon komen, omdat hij in het buitenland woonde, een en ander zonder daarbij een adres in het buitenland of een correspondentieadres op te geven. De inhoud van de brief is in vertaling bijgevoegd. Hieruit blijkt dat – anders dan de raadsvrouw heeft betoogd – hij zijn adres niet – althans niet aan de juiste autoriteiten – heeft doorgegeven.
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J.) [7] het certificaat en het veroordelend vonnis bij Poolse autoriteiten op te vragen. Subsidiair voert de officier van justitie aan dat de opgeëiste persoon niet met een Nederlander kan worden gelijkgesteld.
C.J.,omdat bij een beroep op gelijkstelling zoals bedoeld in artikel 6a OLW niet alleen een IND-advies moet worden opgevraagd, maar ook toestemming van de uitvaardigende lidstaat moet worden verkregen in de vorm van, kort gezegd, een WETS-certificaat en het veroordelend vonnis. [9]
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
de rechtbank begrijpt: tevens het slachtoffer in de zaak waarin het vonnis met kenmerk II K 354/21 is gewezen) in Nederland woonachtig zijn, het feit plaats heeft gevonden in Nederland en ook het strafdossier in Nederland is samengesteld. De strafzaak had daarom naar Nederlandse maatstaven moeten worden afgehandeld.
9.Slotsom
10.Toepasselijke wetsbepalingen
11.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Poznań (Sąd Okręgowy W Poznaniu), Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.