ECLI:NL:RBAMS:2025:9907

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
13/249079-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak inzake Europees aanhoudingsbevel en detentieomstandigheden

Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door Frankrijk. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in Frans-Guyana, die zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland is en momenteel gedetineerd is. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 27 november 2025 gehoord, waarbij de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, aanwezig was en de opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak over de overlevering met 30 dagen verlengd en de gevangenhouding bevolen.

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander, gezien zijn langdurig verblijf in Nederland en zijn gezinsleven hier. De officier van justitie betwistte dit, omdat niet kon worden aangetoond dat de opgeëiste persoon vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf had. De rechtbank concludeert dat, ondanks zijn inschrijving in Nederland, er onvoldoende bewijs is voor rechtmatig verblijf, waardoor een beroep op gelijkstelling niet kan slagen.

Daarnaast heeft de rechtbank de detentieomstandigheden in Frankrijk beoordeeld. Er zijn zorgen over de overbevolking en de leefomstandigheden in de Franse detentiecentra, wat kan leiden tot schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft besloten het onderzoek te heropenen om nadere vragen te stellen aan de Franse autoriteiten over de detentieomstandigheden, voordat een definitieve beslissing over de overlevering kan worden genomen. De zaak moet uiterlijk op 25 januari 2026 opnieuw worden gepland voor zitting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/249079-25
Datum uitspraak: 11 december 2025
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 2 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 juli 2025 door
the Public Prosecutor's Office of the Angers Judicial Court, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Frans-Guyana)op [geboortedag] 1967,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
arrest warrant dated 02/06/2025 issued by the examining magistrate at the Angers Judicial Court, reference Prosecutor's Office No 23.256.011 - Investigation No 223/46.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Gelijkstelling

De raadsvrouw heeft betoogd dat de opgeëiste persoon kan worden gelijk gesteld met een Nederlander. Hij woont al meer dan 17 jaar in Nederland en heeft hier een vrouw en kinderen . Er zijn ook stukken overgelegd waaruit volgt dat sprake is van een duurzame relatie. Uit de informatiestaat SKDB blijkt dat de opgeëiste persoon vanaf 2016 tot maart 2023 ingeschreven is geweest in Nederland. Zijn laatst opgegeven adres is [adres] te Rozenburg. Dit is ook het opgegeven adres bij detentie en komt overeen met de loonstroken en medische stukken die zijn overgelegd bij het schorsingsverzoek. De opgeëiste persoon is gedetineerd geweest in Frankijk en op 15 december 2023 vrijgekomen en volgens de brief van zijn partner is hij na zijn detentie teruggekeerd naar zijn familie in Nederland. De gelijkstelling met een Nederlander betekent dat er een terugkeergarantie moet worden verstrekt.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon niet kan worden gelijk gesteld met een Nederlander, omdat niet is aangetoond dat hij vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft gehad in Nederland. Er hoeft dus geen terugkeergarantie te worden opgevraagd.
De rechtbank overweegt als volgt.
Vast staat dat de opgeëiste persoon van 21 september 2017 tot 7 maart 2023 ingeschreven heeft gestaan in Nederland. Er zijn echter geen stukken overgelegd met betrekking tot het inkomen van de opgeëiste persoon in die periode, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen dat zijn verblijf in die periode rechtmatig is geweest. De raadsvrouw heeft verzocht om de gelegenheid te krijgen nadere stukken aan te leveren waaruit die rechtmatigheid zou blijken, waardoor kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon in voormelde periode vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft gehad in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat, al zouden dergelijke stukken worden aangeleverd, die niet tot een geslaagd beroep op gelijkstelling zouden kunnen leiden. In dat kader is het volgende van belang.
De opgeëiste persoon heeft vanaf oktober 2022 één jaar en vier maanden in detentie in Frankrijk verbleven, waarna hij naar eigen zeggen zes maanden bij zijn zieke zus in Frans-Guyana heeft verbleven. Daarbij komt dat de opgeëiste persoon na 7 maart 2023, en daarmee ten tijde van deze uitspraak dus langer dan 2 jaar, niet meer ingeschreven heeft gestaan in Nederland. Er is bovendien niet met objectieve stukken aangetoond dat de opgeëiste persoon nadat hij Frankrijk had verlaten daadwerkelijk in Nederland heeft verbleven en voldoende inkomsten heeft genoten. Bij afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit Nederland vervalt namelijk een eventueel eerder opgebouwd duurzaam verblijfsrecht. Dus zelfs al zou de opgeëiste persoon met inkomensgegeven over de jaren 2017-2022 kunnen aantonen dat hij op grond daarvan een duurzaam verblijfsrecht in Nederland had verkregen, zou dit gelet op het voorgaande zijn komen te vervallen omdat hij meer dan twee achtereenvolgende jaren afwezig is geweest uit Nederland. Een beroep op gelijkstelling kan daarom niet slagen.

6.Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden

Partijen hebben zich op het standpunt gesteld dat er thans te weinig informatie beschikbaar is om te kunnen beoordelen of de detentieomstandigheden een beletsel voor de overlevering vormen. Er moeten daarom nadere vragen worden gesteld aan de Franse autoriteiten.
De rechtbank overweegt als volgt.
In twee uitspraken van 5 augustus 2025 [4] heeft de rechtbank een algemeen gevaar aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking in deze detentie-instellingen, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m2. Mannelijke verdachten en veroordeelden die een (rest)straf korter dan twee jaar uitzitten, worden in een Huis van Bewaring gedetineerd en zo ook de opgeëiste persoon. Voor hem geldt dus het hiervoor bedoelde algemeen gevaar van schending van zijn grondrechten in detentie in Frankrijk.
Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn.
Op 6 november 2025 hebben de Franse autoriteiten laten weten dat de opgeëiste persoon óf in Le Mans Croisettes Penitentiary Center óf in Nantes Penitentiary Center zal worden gedetineerd.
Bij het bericht van 25 november 2025 hebben de Franse autoriteiten laten weten dat de opgeëiste persoon niet langer in de in het bericht van 6 november 2025 genoemde detentie-instellingen zal worden gedetineerd, maar in Poitiers Vivonne Penitentiary Center of in Orléans Saran Penitentiary Center. Over de omstandigheden aldaar hebben de Franse autoriteiten de volgende informatie gegeven.
Regarding the Poitiers Vivonne Penitentiary Center, here are the informations I can provide :
- The occupancy rate has reached 196%
- The cells are 9m², the inmates are two to a cell, sometimes three
- Regarding activities, besides a daily 1 hour and 45-minute walk, inmates can access sports sessions. There are 2 sessions of 2 hours each during the week. There are also school classes several afternoons a week depending on the chosen level. Socio-cultural activities are organized about one afternoon a week. Due to the current occupancy rate, there are waiting lists for all activities. Workshop work around 40 inmates
- The cells are in good condition and each as a shower and toilet, as well as an adequate heating and ventilation system
Regarding the Orléans Saran Penitentiary Center, here are the informations I can provide :
- The occupacy rate is 142,7%
- The cells are 14 m² for people with reduced mobility, 12 m² for double cells, between 9 and 11 m² for single

cells. The cells between 10,80 m² and 11 m² have been doubled in terms of beds

- All cells are designed to have night lights. The sanitary facilities consist of shower units, toilets and sinks, separated from the living area by a half-swinging door
- The number of hours per day that inmates spend on average in their cell depends on the inmate's engagement in their detention. If they are proactive, they participate in numerous activities in addition to the 2 hours of daily walks offered
- Activities are permitted for all inmates as long as they meet the access conditions (authorizations from the magistrate, behavior of the individual) and depending on the availability of places according to the offer in the various allotted time slots. There are school courses, libraries, weight training, team sports in the gym, outdoor exercise, religious services, and socio-educational activities according to the monthly schedule (sculpture, painting, discussion groups, parenting, equine therapy...), prison work in concession workshops or general service (skills assessment starting from the arrival unit), and vocational training (hygiene and maintenance of premises, validation of skills and experience, job preparation, waste sorting, warehouse operator, electrical equipment assembler, operator of installations and automated machinery).
In de e-mail van 26 november 2025 heeft de onderzoeksrechter bij de rechtbank in Angers het volgende geschreven:
The management of the Poitiers Vivonne Penitentiary Center replied to me, indicating that the sanitary facilities are not included in the 9 m² cells. However, they cannot guarantee that three-persons cells will only last for short periods, given the current overcrowding.
In view of these detention conditons at Poitiers Vivonne Penitentiary Center, I have also obtained information from another prison wher Mr [opgeëiste persoon] could be held.
The Le Havre Penitentiary Center :
- The occupancy rate is 142%
- Regarding the areas, the single cells are 10,52 m², the doubled cells are 13,64 m²
- The showers and toilets are in the cell and separated from the rest of the cell by a wall
- Ventilation is provided by an air handling unit, with an intake vent for fresh air (heated or cooled depending on the season) and an exhaust vent for stale air - Inmates can participate in sports activities by registration. They can also access work in concession workshops, general service or vocational trading. They have access to outdoor time either from 8:45 AM to 10:30 AM or from 2:00 PM to 4:00 PM, depending on the day
Gelet op voornoemde informatie is de rechtbank van oordeel dat
Poitiers Vivonne Penitentiary Centerniet voldoet aan de Europese eisen [5] die worden gesteld aan de minimale persoonlijke leefruimte (exclusief sanitair) voor een gedetineerde, nu de ondergrens van 3m2
personal spaceniet wordt gehaald en niet gegarandeerd kan worden dat het verblijf in een dergelijke ondermaats verblijf voor een korte periode is.
De rechtbank is voorts, met partijen, van oordeel dat de gegeven informatie onvoldoende is om voor alledrie genoemde penitentiaire instellingen te kunnen beoordelen of deze informatie het vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt. De rechtbank ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen om de officier van justitie de gelegenheid te bieden de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen:
1) In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid worden gedetineerd? Poitiers Vivonne Penitentiary Center, Orléans Saran Penitentiary Center of Le Havre Penitentiary Center?
Ten aanzien van
Orléans Saran Penitentiary Center:
1) Is de oppervlakte van de cellen inclusief of exclusief sanitair?
2) Indien de persoonlijke leefruimte (exclusief sanitair) minder dan 3 m2 is:
- is de beperking van de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate ten opzichte van de vereiste minimale 3 m2?
- is in de inrichting in het algemeen sprake van decente detentieomstandigheden en wordt de betrokkene niet onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden?
Ten aanzien van
Le Havre Penitentiary Center:
1) Is de oppervlakte van de cellen inclusief of exclusief sanitair?
2) Met hoeveel personen verblijven de gedetineerden op een cel, gelet op de overbevolking?
3) Indien de leefruimte (exclusief sanitair) minder dan 3 m2 is:
- is de beperking van de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate ten opzichte van de vereiste minimale 3 m2?
- wordt hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel geboden en worden buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden?
- is in de inrichting in het algemeen sprake van decente detentieomstandigheden en wordt de betrokkene niet onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden?

7.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder overweging 6 opgenomen vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
VERLENGTde termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEPAALTdat de zaak vanwege het verstrijken van de verlengde beslistermijn op 25 januari 2026, uiterlijk veertien dagen voor die datum opnieuw op zitting moet worden gepland.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsvrouw.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. I. Verstraeten, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu).