Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
29 mei 2024. [6] Verder voert eiser aan dat er geen beschikking ligt waarin de groepsbehandeling bij [locatie 1] in de vorm van ZIN aan eiser is toegekend, zodat verweerder bij de afwijzing van de informele jeugdhulp hier niet naar kan verwijzen. Tot slot heeft eiser een beroep op het VN Vrouwenverdrag [7] gedaan. De moeder van eiser heeft recht op arbeid en zij kan dit recht niet uitoefenen, omdat er geen zorg voor eiser is over de periode van 12 februari 2024 tot 1 september 2024. Zij was in die periode gedwongen om zorg te leveren aan eiser en was daardoor niet in staat om te werken.
Oordeel van de rechtbank
Werkwijze verweerder
- Verweerder werkt met kernpartners: jeugdzorgaanbieders die de jeugdhulp in de vorm van ZIN aanbieden. Zij ontvangen een budget van verweerder om de jeugdhulp te bieden. Als een betrokkene bij een kernpartner wordt aangemeld en op de wachtlijst komt voor jeugdhulp en daardoor niet de jeugdhulp van die kernpartner ontvangt die op dat moment wel geïndiceerd is, dient de kernpartner te zorgen voor alternatieve jeugdhulp gedurende de periode dat de betrokkene op de wachtlijst staat. Door middel van onderaannemerschap moet de kernpartner een andere jeugdzorgaanbieder betrekken en betalen zodat die vervolgens tijdelijk de jeugdhulp verleent totdat de kernpartner het zelf kan gaan bieden;
- Gaten in de jeugdhulpverlening wegens wachtlijsten worden niet opgevuld met een pgb voor informele hulp vanuit het sociale netwerk;
- Sinds anderhalf jaar wordt geen jeugdhulp meer toegekend voor bovengebruikelijke zorg zolang bij de betrokkene nog ontwikkeling mogelijk is;
- Als er jeugdhulp wordt toegekend door verweerder in de vorm van ZIN, dan wordt er geen beschikking afgegeven met daarin de aard en de omvang van de toegekende jeugdhulp omdat het aan de kernpartner is om de aard en de omvang nader in te vullen. De professionaliteit over de benodigde jeugdhulp zit bij de kernpartner en het is uitermate lastig voor het OKT om de aard en omvang van de benodigde jeugdhulp in een beschikking vast te leggen;
- Als er jeugdhulp wordt toegekend door verweerder in de vorm van een pgb, dan wordt er wel een beschikking afgegeven met daarin de aard en de omvang van de toegekende jeugdhulp, omdat jeugdhulp die door ouders wordt gegeven gemakkelijk te onderbouwen is in een aantal uren.
- stap 1: vaststellen wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder is;
- stap 2: vaststellen of zich opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen voordoen en zo ja, welke dat zijn;
- stap 3: bepalen welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren;
- stap 4: onderzoeken of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden;
- stap 5: tot slot dient dan te worden bepaald welke voorziening nodig is.
- een passende dagbesteding, als vervolg op het [locatie 2] ;
- ontvangt zorg en ondersteuning op de momenten dat hij dit nodig heeft;
- ontvangt hulp van vertrouwde mensen uit zijn omgeving;
- wordt geholpen en gestimuleerd in de dagelijkse zorg, aan/uitkleden, wassen, eten, toilet;
- ontvangt ondersteuning, begeleiding en stimulering wanneer nodig. Er is continu zicht op hem en hulp beschikbaar indien nodig;
- heeft een stabiele en veilige omgeving waarin hij zich kan ontwikkelen en zich vertrouwd voelt.