ECLI:NL:RBAMS:2026:1042
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
VvE vordert beëindiging gebruik gemeenschappelijke gang en berging als woonruimte zonder toestemming
De Vereniging van Eigenaars (VvE) heeft een lid, eigenaar van een woning en berging, gedagvaard omdat deze een deel van de gemeenschappelijke gang op de zolderverdieping bij zijn berging heeft getrokken en de berging als woonruimte gebruikt, in strijd met de splitsingsakte. De VvE vordert dat het gebruik van de gang en berging als woonruimte wordt beëindigd en de bouwkundige wijzigingen ongedaan worden gemaakt.
De eigenaar stelt dat hij via de vorige eigenaar toestemming heeft voor het gebruik van de gang en dat hij bereid was een vaststellingsovereenkomst te sluiten, maar de VvE stelde onredelijke voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat de toestemming uit 2016 persoonlijk was aan de vorige eigenaar en niet is overgegaan, en dat de VvE terecht een vaststellingsovereenkomst heeft aangeboden met een opzeggingsmogelijkheid.
De rechtbank wijst de vorderingen van de VvE toe, veroordeelt de eigenaar tot beëindiging van het gebruik van de gang en berging als woonruimte, en legt een boete van €43.800,- op. De dwangsommen worden afgewezen vanwege de reeds opgelegde boete. De proceskosten worden aan de eigenaar opgelegd. De vorderingen van de eigenaar in reconventie worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de eigenaar tot beëindiging van het gebruik van de gemeenschappelijke gang en berging als woonruimte zonder toestemming, herstel van de situatie, betaling van een boete en proceskosten.