ECLI:NL:RBAMS:2026:1192
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen ontbreken proceskostenveroordeling in WOO-zaak
Opposant diende meerdere WOO-verzoeken in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na het niet tijdig beslissen op deze verzoeken stelde opposant beroep in bij de rechtbank, waarbij hij tevens griffierecht en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, veroordeelde het college tot vergoeding van het griffierecht en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Tegen deze beroepsuitspraak stelde opposant verzet in, gericht op het ontbreken van een oordeel over de proceskostenvergoeding en de afwijzing van de schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verzet gegrond was voor het ontbreken van een proceskostenveroordeling, maar niet voor de afwijzing van de schadevergoeding. De rechtbank besloot de beroepsuitspraak gedeeltelijk te laten vervallen en alsnog uitspraak te doen over de proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de proceskostenvergoeding terecht was toe te kennen aan opposant, vastgesteld op € 467,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De overige onderdelen van de beroepsuitspraak bleven ongewijzigd. De uitspraak werd gedaan door rechter L.A.L. Wiersinga op 6 februari 2026.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskostenvergoeding, terwijl de rest van de beroepsuitspraak in stand blijft.