Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvorderingvan:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het klaagschrift van klager tegen de uitvoering van een Europees onderzoeksbevel. De Letse autoriteiten hebben op 7 en 19 januari 2026 laten weten dat zij de eerder gevraagde informatie uit Nederland niet langer nodig achten. Hierop heeft de officier van justitie besloten het Europees onderzoeksbevel niet verder uit te voeren en het beslag op te heffen.
Klager stelde dat het klaagschrift gegrond verklaard moest worden of dat hij niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan belang. De officier van justitie verwees naar het eerdere oordeel van de rechtbank. Gezien het feit dat het Europees onderzoeksbevel niet meer wordt uitgevoerd en het beslag is opgeheven, heeft de rechtbank geoordeeld dat klager geen belang meer heeft bij de behandeling van het klaagschrift.
Daarom verklaarde de rechtbank klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. De beslissing werd op 4 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de rechtbank in gewijzigde samenstelling, waarbij ook de gemachtigde advocaat van klager en de officier van justitie waren gehoord.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in het klaagschrift wegens het ontbreken van belang na intrekking van het Europees onderzoeksbevel.