ECLI:NL:RBAMS:2026:1462

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
1329217025
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering aan Frankrijk ondanks detentieomstandigheden en verzetgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 januari 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Frankrijk voor de overlevering van een Congolese opgeëiste persoon die een straf van twee jaar moet uitzitten. De opgeëiste persoon was bij de zitting aanwezig en bijgestaan door een raadsman en tolk.

De rechtbank onderzocht of de detentieomstandigheden in Frankrijk een belemmering vormden voor overlevering. Hoewel er een algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in Franse huizen van bewaring in overbevolkte meerpersoonscellen met minder dan 3 m² persoonlijke ruimte worden geplaatst, ontving de rechtbank aanvullende informatie van de Franse autoriteiten. Deze garandeerden dat de opgeëiste persoon waarschijnlijk in een detentiecentrum met minimaal 3,2 m² persoonlijke ruimte zal worden geplaatst.

Verder voldeed het EAB aan de vereisten van de Overleveringswet, waaronder de verzetgarantie: de opgeëiste persoon is persoonlijk gedagvaard en wordt na overlevering geïnformeerd over zijn recht op herziening van het vonnis. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe vanwege voldoende individuele garanties ondanks algemene risico's op slechte detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/292170-25
Datum uitspraak: 27 januari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 28 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juli 2025 door
the Public Prosecutor's office at the Rennes Judicial Court,Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Congo),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in het [detentieadres] .
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Kuijpers, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Engelse taal.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Congolese nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een vonnis van
the Rennes correctional courtvan 16 januari 2025, met referentie 22144000022.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.
Het EAB vermeldt in onderdeel d) dat de opgeëiste persoon op 23 november 2023 in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van het proces dat tot de beslissing heeft geleid en ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt. Dit betekent dat de omstandigheid van artikel 12, sub a, OLW zich voordoet. Daarnaast vermeldt het EAB in onderdeel d) dat:
“3.4.
the person was not personally served with the decision, but
- the person will be personally served with this decision without delay after the surrender; and
- when served with the decision, the person will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which mav lead to the original decision being reversed; and
- the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be 10 days."
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW.
Gelet op het voorgaande is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing.

5.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een kind over wie hij het gezag uitoefent, meermalen gepleegd;
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel.

6.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Inleiding
In twee uitspraken van 5 augustus 2025 [4] heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking in deze detentie-instellingen, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Mannelijke verdachten en personen met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd en zo ook de opgeëiste persoon. Voor hem geldt dus het hiervoor bedoelde algemeen gevaar van schending van grondrechten in detentie in Frankrijk.
Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) op 18 november 2025 de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 24 november 2025 – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“ 1. In which prison in France will [de opgeëiste persoon] most likely be detained after his surrender, awaiting and during the enforcement of the custodial sentence?
It is within the competence of the prison administration to decide on the place of detention for each convicted person. However, [de opgeëiste persoon] being able to appeal the judgment of the Rennes correctional court on 01/16/2025, the appeal will be held before
the Rennes Court of Appeal. Therefore, it is highly likely that he will be transferred to the Rennes-Vezin prison or to one of the nearby prisons such as the Saint-Malo prison (same department as the Rennes-Vezin prison) or the Saint-Brieuc prison (department of Côtes
d'Armor, neighboring the Ille-et-Vilaine department).
2. What is the current occupancy rate in this detention facility?
The occupancy rate at the Rennes-Vezin penitentiary is currently 150% for people held in prison. However, [de opgeëiste persoon] could benefit an individual cell because of the length of his sentence within the penitentiary, which is two years of imprisonment. Indeed, the Rennes-Vezin penitentiary includes two detention centres for prisoners serving short
sentences (less than two years) and whose occupancy rate is 150%, an arriving quarter
whose occupancy rate is currently 85% and a detention center for inmates serving longer sentences.
3. Could you please provide me with a guarantee that the wanted person will be detained
in a cell with at least 3 sqm personal space (excl sanitary facilities) as meant in ECtHR
Dorobantu (15 October 2019)?
In case of transferring [de opgeëiste persoon] to another penitentiary or detention center on the territory of the Rennes Court of Appeal, particularly at the Rennes-Vezin
penitentiary, he will benefit a personal space of at least 3.2 m , excluding the sanitary
facilities.
(…)”
Naar aanleiding van nadere vragen van het IRC heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op
27 november 2025 – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt:

As I indicated in my previous message, I am unable to guarantee that [de opgeëiste persoon] will be incarcerated at the Rennes prison. This decision is not mine to make, but rather that of the prison administration. However, there is a strong possibility that he will be imprisoned in Rennes if he decides to appeal, in order to facilitate his appearance before the Rennes Court of Appeal.
(…)”
Op de zitting van 13 januari 2026 heeft de raadsman aangegeven dat de opgeëiste persoon gebruik zal maken van de in overweging 4 weergegeven verzetgarantie. De rechtbank leidt uit het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit af dat de opgeëiste persoon na overlevering daarom naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de detentie-instelling
Rennes-Vezin.
De rechtbank is van oordeel dat voornoemde aanvullende informatie het algemene reële gevaar van schending van de grondrechten voor de opgeëiste persoon wegneemt. De rechtbank leidt uit deze informatie af dat de opgeëiste persoon na overlevering meer dan 3 m² persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel, exclusief sanitair, tot zijn beschikking zal hebben. De rechtbank is daarom van oordeel dat de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon niet aan overlevering aan Frankrijk in de weg staan.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 304 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Public Prosecutor's office at the Rennes Judicial Court,Frankrijk, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 januari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.