ECLI:NL:RBAMS:2026:1961
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.L. Fernig - Rocour
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over gebrekkige belangenafweging bij terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen sinds 2011 een bijstandsuitkering en het college vorderde in 2025 een bedrag van €119.763,09 terug wegens schending van de inlichtingenplicht over de periode 2017-2023. Het college handhaafde de terugvordering na bezwaar, waarna eisers beroep instelden. De rechtbank beoordeelde of het college terecht terugvordering toepaste en of sprake was van dringende redenen om geheel of gedeeltelijk af te zien.
De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die stelt dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om bij terugvordering een belangenafweging te maken, waarbij niet alleen het belang van de overheid maar ook de persoonlijke omstandigheden van eisers meewegen. Eisers beroepen zich op hun medische kwetsbaarheid en het belang van hun vier jonge kinderen.
De rechtbank constateert dat het bestreden besluit geen kenbare, evenwichtige belangenafweging bevat en dat dit gebrek niet is hersteld in het verweerschrift of op zitting. De rechtbank benadrukt dat ook de omvang van de vordering, de medische situatie en het gezinsbelang relevant zijn. De rechtbank geeft het college zes weken de tijd om het besluit te herstellen met een integrale belangenafweging, waarna de rechtbank zonder nieuwe zitting uitspraak zal doen.
De rechtbank wijst erop dat partijen onderling kunnen overleggen voor een finale oplossing en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk, maar dit kan samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat het college geen evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt bij de terugvordering en geeft het college de gelegenheid dit binnen zes weken te herstellen.