Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
- voor de maand maart 2024 te verminderen met 16%,
- voor de maand april 2024 te verminderen met 27%,
- voor de maand mei 2024 te verminderen met 44%,
- voor de maand juni 2024 te verminderen met 52%,
- voor de maand juli 2024 te verminderen met 45%,
- voor de maand augustus 2024 te verminderen met 41%,
- voor de maand oktober 2024 te verminderen met 17%,
- om binnen 3 weken na betekening van dit vonnis de reclame-uitingen die zij heeft aangebracht op het hoge deel van de façade, te weten buiten de blauwe lijnen zoals aanwezig op het beeld dat in randnummer 9.4 van de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie is weergegeven te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen uitvoering wordt gegeven,
- om binnen 3 weken na betekening van dit vonnis mee te werken aan de plaatsing van een afscheiding in de vorm van een rooster tussen het gehuurde en het hoge deel van de façade zoals omschreven in randnummer 9.4 van de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie en daartoe gelegenheid te bieden na voorafgaand overleg over de datum en het tijdstip op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag.
5.De beoordeling
) zijn de volgende kostensoorten beschouwd als vaste lasten: de afschrijvingen op vaste activa en de overige bedrijfskosten. Onder de afschrijvingen op vaste activa wordt door het CBS verstaan de waardevermindering van duurzame productiemiddelen, zoals machines, gebouwen, vervoermiddelen en software, als gevolg van normale slijtage en voorzienbare economische veroudering. Onder de overige bedrijfskosten vallen de bedrijfskosten die niet betrekking hebben op de inkoopwaarde van de omzet, de arbeidskosten en de afschrijvingen op vaste activa.
- de vorderingen in conventie onder 1, 2, 4, 6, 8, 9, 10, 11 en 12 worden afgewezen;
- de vorderingen in conventie onder 5 en 13 en de vordering in reconventie onder 1 worden toegewezen, zoals hierna bepaald;
- de beslissing op de vorderingen in conventie onder 3, 7, 14 en 15 en op de vorderingen onder 2 en 3 in reconventie wordt aangehouden.
6.De beslissing
dinsdag 24 maart 2026voor het nemen van een akte door huurder over wat is vermeld onder
rechtsoverweging 5.22, waarna verhuurder op de rol van 4 weken daarna een antwoordakte kan nemen,
- om binnen 3 weken na betekening van dit vonnis de reclame-uitingen die zij heeft aangebracht op het hoge deel van de façade, te weten buiten de blauwe lijnen zoals aanwezig op het beeld dat in randnummer 9.4 van de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie is weergegeven te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen uitvoering wordt gegeven, met een maximum van € 15.000,-;
- om binnen 3 weken na betekening van dit vonnis mee te werken aan de plaatsing van een afscheiding in de vorm van een rooster tussen het gehuurde en het hoge deel van de façade zoals omschreven in randnummer 9.4 van de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie en daartoe gelegenheid te bieden na voorafgaand overleg over de datum en het tijdstip op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, met een maximum van € 15.000,-.