Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Procureur de la République du Tribunal Judiciaire de Rennes), Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten voor de overlevering van een persoon geboren in 1991. Na meerdere zittingen en tussenuitspraak werd vastgesteld dat er een individueel reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon in Frankrijk onmenselijk of vernederend wordt behandeld, met name vanwege onvoldoende persoonlijke leefruimte in detentie.
De rechtbank stelde een redelijke termijn voor aanvullende informatie en ontving antwoorden van de Franse justitiële autoriteit, die echter geen concrete garanties kon geven over de leefruimte en duur van mogelijke beperkingen. De verdediging voerde aan dat deze onzekerheid het individuele gevaar bevestigt en dat overlevering geweigerd moet worden.
De officier van justitie stelde dat overlevering mogelijk is, maar de rechtbank oordeelde dat de verstrekte informatie onvoldoende is om het reële gevaar weg te nemen. De rechtbank concludeerde dat de aanvullende informatie geen wijziging van omstandigheden vormt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot in behandeling neming van het EAB. De overleveringsprocedure werd daarmee beëindigd en de geschorste overleveringsdetentie opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens reëel gevaar op schending van grondrechten in Franse detentie en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk.