Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
7.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden
3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman of Degrading Treatment or Punishment(hierna: CPT) naar aanleiding van bezoeken van mei 2025 aan een aantal detentie-instellingen in België. Voorts heeft de raadsman gewezen op diverse nieuwsberichten. De verstrekte detentiegarantie bestaat uit een standaardformulering die in vrijwel identieke bewoordingen wordt verstrekt in alle Belgische overleveringszaken. Deze standaardformulering bevat geen concrete, verifieerbare toezeggingen die specifiek zijn afgestemd op de individuele medische situatie van de opgeëiste persoon, maar herhaalt in essentie de normen waarvan het CPT in mei 2025 juist heeft vastgesteld dat zij structureel niet worden nageleefd. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd. Subsidiair heeft hij verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om aanvullende, concrete en individueel toegesneden garanties op te vragen bij de Belgische autoriteiten met betrekking tot de plaatsing van de opgeëiste persoon in een eenpersoonscel van voldoende omvang, de gegarandeerde toegang tot medische zorg, een minimaal dagprogramma buiten de cel en een concreet monitoringsmechanisme voor de naleving van deze garanties. De raadsman heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 8 januari 2026 [5] , waarin de behandeling van een zaak is aangehouden om nadere vragen te stellen over de detentieomstandigheden in een Belgische detentie-instelling.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, België, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.