ECLI:NL:RBAMS:2026:2132
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde kluswerkzaamheden
Eiser ontving vanaf 2010 een bijstandsuitkering en was verplicht alle relevante informatie omtrent zijn recht op bijstand te melden. Na een anonieme melding startte verweerder een onderzoek naar niet gemelde kluswerkzaamheden die eiser tegen betaling verrichtte. Diverse gesprekken, een huisbezoek en het opvragen van bankgegevens bevestigden dat eiser structureel kluswerkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving zonder dit te melden.
Verweerder trok de bijstandsuitkering per 19 juli 2024 terecht in, herzag het recht op bijstand over de periode van 11 maart 2021 tot 13 maart 2024 en vorderde een bedrag van € 10.601,72 terug. Eiser voerde aan dat de werkzaamheden incidenteel en van geringe waarde waren, maar de rechtbank oordeelde dat het om op geld waardeerbare, structurele activiteiten ging. De schending van de inlichtingenplicht vormde een rechtsgrond voor intrekking en terugvordering.
Eiser stelde dat de terugvordering onaanvaardbare gevolgen zou hebben vanwege zijn gezondheid en financiële situatie, maar de rechtbank vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De medische verklaringen en financiële omstandigheden boden onvoldoende grond om de terugvordering te matigen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking, herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.