Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
(weigeringsgrond b)omdat zij beschikt over een eigen zelfstandige woning met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. [1] Uit Hvv en de Nadere Regels volgt dat ook als er gebreken zijn in de woning, de woning in slechte staat verkeert of van onvoldoende kwaliteit is, zoals schimmel- en vochtproblematiek, er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem, tenzij de woning onbewoonbaar is verklaard door de gemeente. [2] Dit is niet het geval bij eiseres. De rechtbank is van oordeel dat het college de algemene weigeringsgrond b aan eiseres heeft mogen tegenwerpen.
(weigeringsgrond i). [3] Eiseres staat namelijk nog geen vier jaar ingeschreven in Amsterdam in de Basisregistratie personen (Brp). Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet aan deze bindingseis voldoet. Volgens eiseres is het tegenwerpen van regiobinding in gevallen waar evident geen andere gemeente is waar wel regiobinding mee zou bestaan, in strijd met de Huisvestingswet en het evenredigheidsbeginsel. Eiseres heeft de huidige woning als statushouder gekregen waardoor zij van alle gemeentes in Nederland evident de meeste regiobinding heeft met Amsterdam. De rechtbank is van oordeel dat dit geen omstandigheid is die het college mee kan nemen bij de beoordeling of voldaan is aan de bindingseis. Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat bij de beoordeling of voldaan is aan de regiobindingseis geen ruimte bestaat om andere feiten en omstandigheden mee te nemen in deze beoordeling. [4] Ook volgt uit de rechtspraak van de Afdeling dat niet is gebleken dat de Hvv in strijd is met de Huisvestingswet. [5] Ten slotte is het de rechtbank niet gebleken dat eiseres onevenredige gevolgen ervaart. Dat betekent dat het college de bindingseis aan eiseres heeft mogen tegenwerpen.
weigeringsgrond d)om haar woonprobleem op te lossen. Het college en [bedrijf] erkennen dat er gebreken zijn in de woning van eiseres. [bedrijf] heeft meerdere malen aangegeven dat zij bereid zijn om de resterende gebreken in de woning van eiseres op te lossen. [bedrijf] heeft ook bevestigd dat de werkzaamheden in bewoonde staat kunnen worden uitgevoerd. Dat eiseres gelet op haar medische situatie het herstellen van de gebreken in haar woning niet zou kunnen afwachten blijkt niet uit de stukken uit het dossier. Gelet op het voorgaande is de algemene weigeringsgrond d terecht van toepassing. Indien eiseres niet tevreden is over de aanpak door [bedrijf] kan zij juridische stappen ondernemen tegen [bedrijf] .
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.