Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen om zijn bijstandsuitkering over de periode van 31 december 2018 tot en met 10 april 2024 in te trekken en terug te vorderen wegens het exploiteren van een hennepkwekerij. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn onderzoeksbevoegdheden, waaronder observaties, het opvragen van energie- en waterverbruik en het inschakelen van de politie bij een opruimingsactie.
In de woning van eiser werden 97 hennepplanten en hennep aangetroffen. De rechtbank acht het aannemelijk dat de kwekerij vanaf december 2018 aanwezig was, mede gelet op het hoge energieverbruik en het geringe aantal pintransacties voor levensmiddelen. Eiser heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Eiser voerde aan dat het hoge stroomverbruik door kachels en airconditioning kwam en dat de kwekerij pas sinds 2023 bestond, maar de rechtbank volgt dit niet. Ook het beroep dat de toezichthouders niet mochten binnentreden en hun bevindingen niet gebruikt mochten worden, wordt verworpen. De rechtbank vindt dat de machtiging tot binnentreden ook de toezichthouders omvatte.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, ondanks de financiële en sociale gevolgen voor eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering blijft in stand.