Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 10 mei 2023 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving bijstand sinds 2017 en exploiteerde tussen 20 oktober 2021 en 4 januari 2022 een hennepkwekerij in zijn woning zonder dit te melden aan het college. Het college startte een rechtmatigheidsonderzoek en trok de bijstand over deze periode in, met terugvordering van €4.170,65.
De rechtbank oordeelde dat het college het recht op bijstand schattenderwijs had moeten vaststellen, ondanks het ontbreken van een administratie van betrokkene, en vernietigde het besluit van het college. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad stelt vast dat het college niet kan schatten wat de omvang van de werkzaamheden was vanwege het ontbreken van concrete en verifieerbare gegevens van betrokkene. De looptijd van de kwekerij, het aantal planten en het ontbreken van inkomsten bieden onvoldoende aanknopingspunten voor een schatting. Daarom was het college terecht gehouden de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht wordt kwijtgescholden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand.