ECLI:NL:CRVB:2017:2284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college vermoedde op basis van een Facebookonderzoek dat zij samen met S een gezamenlijke huishouding voerde op het uitkeringsadres. Dit leidde tot een onderzoek door sociale rechercheurs, waarbij diverse waarnemingen, huisbezoek en getuigenverklaringen werden verzameld.
Het college besloot daarop de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de onterecht ontvangen bedragen terug te vorderen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was het onderzoek in te stellen, ook zonder voorafgaand vermoeden, en dat het Facebookonderzoek niet onrechtmatig was. De verklaringen van appellante, S en omwonenden boden voldoende feitelijke grondslag voor het oordeel dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.