Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
) van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ de garantie verstrekken dat de opgeëiste persoon zal worden teruggezonden naar Nederland als uitvoerende lidstaat om daar de vrijheidsstraf of de tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel te ondergaan die hem eventueel in België zal worden opgelegd.”
6.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden
3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden
The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(CPT) van 9 november 2022 op het standpunt gesteld dat overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zal leiden. Gelet op de overbevolking in de Belgische detentie-instellingen in het algemeen en in die van Haren in het bijzonder, waarvoor de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten heeft aangenomen, zijn er gegronde redenen om te twijfelen of de verstrekte garantie nog wel kan worden nagekomen. Daarom moeten hierover vragen worden gesteld aan de Belgische autoriteiten. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de Belgische autoriteiten nadere vragen te stellen over de verstrekte detentiegarantie. De raadsman heeft verzocht de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te schorsen indien de rechtbank de behandeling van de zaak aanhoudt voor het stellen van nadere vragen.
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsartikelen
9.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan de rechtbank van eerste aanleg Brussel, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.