ECLI:NL:RBAMS:2026:3159

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
13-009451-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks detentieomstandigheden in Slowakije

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 maart 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Slowaakse autoriteiten voor een verdachte geboren in 2001 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De verdachte werd bijgestaan door een advocaat en een tolk.

De rechtbank stelde vast dat het strafbare feit waarvoor overlevering werd verzocht, mishandeling, zowel onder Slowaaks als Nederlands recht strafbaar is en dat aan de vereisten van dubbele strafbaarheid is voldaan. De verdediging voerde aan dat detentieomstandigheden in Slowakije, zoals gerapporteerd door het Comité ter Preventie van Foltering (CPT), een reëel gevaar voor onmenselijke behandeling vormen, en verzocht om aanhouding van de procedure voor het opvragen van een individuele detentiegarantie.

De officier van justitie en de rechtbank verwierpen dit standpunt, stellende dat het CPT-rapport geen aanleiding geeft tot het aannemen van een algemeen gevaar in Slowaakse gevangenissen. De rechtbank concludeerde dat er geen objectieve en actuele gegevens zijn die het bestaan van een algemeen gevaar aantonen en zag daarom geen reden om de overlevering te weigeren of uit te stellen.

De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, omdat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Slowakije toe ondanks zorgen over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-009451-26
Datum uitspraak: 24 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 28 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 31 december 2025 door de
Okresný Súd Humenné [District Court Humenné],Slowakije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Slowakije) op [geboortedag] 2001,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentie-instelling] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 maart 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Slowaakse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Slowaakse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van 9 december 2025 uitgevaardigd door de
Okresný Súd Humenné [District Court Humenné] in Case No. 13T/78/2025-326.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Slowaaks recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
mishandeling.

5.Artikel 11 OLW Pro: Slowaakse detentieomstandigheden

Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden om een individuele detentiegarantie op te vragen gelet op de detentieomstandigheden in Slowakije, zoals vermeld in het rapport van
the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment(hierna: het CPT) van 10 april 2025. Nu niet kan worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon in een van de detentiecentra wordt geplaatst waarover in het rapport zorgen worden geuit, bestaat voor de opgeëiste persoon een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie in Slowakije.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen individuele detentiegarantie hoeft te worden opgevraagd, omdat geen algemeen reëel gevaar bestaat voor een onmenselijke of vernederende behandeling in de gevangenissen in Slowakije. Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld [4] vormt het CPT-rapport, waar door de raadsvrouw naar wordt verwezen, geen aanleiding voor het aannemen van een algemeen gevaar.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft eerder op basis van het CPT-rapport van 10 april 2025 en de reactie van de Slowaakse regering op dat rapport geoordeeld dat geen sprake is van een algemeen gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de gevangenissen in Slowakije in het algemeen en in de
Ružomberok Prisonof de
Žilina Prisonin het bijzonder. [5]
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raadsvrouw geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit blijkt dat er, in tegenstelling tot wat de rechtbank eerder heeft geoordeeld, wel sprake is van een algemeen gevaar. De rechtbank beschikt ambtshalve ook niet over dergelijke gegevens. In de enkele verwijzing van de raadsvrouw naar voornoemd CPT-rapport ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet toe aan de vraag of voor deze opgeëiste persoon na zijn overlevering een reëel gevaar voor onmenselijke behandeling in detentie bestaat. De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek af, nu zij geen aanleiding ziet om vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot waar en onder welke omstandigheden de opgeëiste persoon naar verwachting zal worden gedetineerd.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 300 Wetboek Pro van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de
Okresný Súd Humenné [District Court Humenné],Slowakije, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rechtbank Amsterdam 21 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3324, Rechtbank Amsterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1356.
5.Rechtbank Amsterdam 21 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3324; ECLI:NL:RBAMS:2025:3325.