De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 april 2026 een tussenuitsprak over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Spaanse autoriteiten voor de overlevering van een persoon verdacht van verkrachting. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse en Turkse nationaliteit en woont in Nederland. De Spaanse autoriteiten hebben een terugkeergarantie afgegeven dat de opgeëiste persoon bij veroordeling zijn straf in Nederland mag uitzitten.
De verdediging betoogde dat deze terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk is, omdat er nog beroep mogelijk is tegen de beslissing in Spanje. De officier van justitie stelde dat de beroepstermijn was verstreken en de garantie onvoorwaardelijk is. De rechtbank oordeelde dat de garantie niet onvoorwaardelijk is omdat expliciet is vermeld dat belanghebbenden beroep kunnen instellen en dat niet is vastgesteld of dit is gebeurd.
Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en te schorsen, zodat de officier van justitie aanvullende vragen kan stellen aan de Spaanse autoriteiten over de status van de terugkeergarantie. De zaak wordt zo spoedig mogelijk opnieuw behandeld, uiterlijk voor 26 april 2026. Tegen deze tussenuitsprak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.