Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3924

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
13/314454-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 11 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit tegen een verdachte zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De procedure startte op 27 januari 2026, waarbij de verdachte werd bijgestaan door een raadsman en een Poolse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn en de gevangenhouding meerdere malen om de zaak zorgvuldig te kunnen behandelen.

In een tussenuitspraak van 10 februari 2026 werden reeds de grondslag van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en mogelijke weigeringsgronden besproken. De rechtbank besloot het onderzoek te schorsen om gelijktijdige behandeling met een gerelateerde zaak mogelijk te maken. Op 12 maart 2026 vond een voortzetting van de behandeling plaats, waarbij de identiteit en nationaliteit van de verdachte werden bevestigd.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet, dat er geen weigeringsgronden aanwezig waren en dat er geen omstandigheden waren die de overlevering zouden verhinderen. Op 26 maart 2026 werd de overlevering van de verdachte aan Polen toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/314454-25 (EAB I)
Datum uitspraak: 26 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 28 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 oktober 2025 door
the 2nd Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1997,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 27 januari 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 27 januari 2026, in aanwezigheid van mr. J.J.M. Asbroek, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.F. Ormel, die waarneemt voor mr. F.D.W. Siccama, beide advocaat in Amsterdam-Duivendrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak 10 februari 2026 [3]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om deze zaak gelijktijdig af te kunnen doen met de zaak met parketnummer 13/153123-24 (EAB II). In de zaak van EAB II bestonden nog vragen omtrent de detentieomstandigheden in het Poolse
remand regime.
De rechtbank heeft de beslistermijn verlengd met 60 dagen op grond van artikel 22, vierde lid OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27 derde Pro lid OLW.
Zitting 12 maart 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.F. Ormel, die waarneemt voor mr. F.D.W. Siccama, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 10 februari 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro, de strafbaarheid van de feiten en over de toetsing aan artikel 11 OLW Pro in combinatie met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Op de zitting van 12 maart 2026 heeft geen verdere behandeling van het onderhavige EAB plaatsgevonden.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the 2nd Criminal Division of the Regional Court in Ostrołęka, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.