Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Rzeszów,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
the District Court in Rzeszówvan 31 augustus 2021 met kenmerk II K 667/20.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
[adres]opgegeven als correspondentieadres en is hij gewezen op de verplichting om iedere adreswijziging binnen 7 dagen door te geven aan de autoriteiten. Volgens het EAB is de oproep voor de zitting ook naar dit adres verstuurd.
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J. [5] De rechtbank is namelijk van oordeel dat de in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden niet in de weg staan aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf. Daarnaast heeft de opgeëiste persoon voldoende economische, maatschappelijke en familiale banden met Nederland. De opgeëiste persoon heeft derhalve het centrum van zijn leven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [6] De overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf zal dan ook bijdragen aan zijn maatschappelijke re-integratie.
C.J.en de OLW naar aanleiding van dat arrest (nog) niet is aangepast, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW, zodat de rechtbank de beslistermijn met 60 dagen zal verlengen. De termijn verloopt dan op 7 juli 2026. De rechtbank zal gelijktijdig de (geschorste) overleveringsdetentie verlengen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. De zaak zal dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk 14 dagen vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn opnieuw op zitting moeten worden gepland.
6.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
7.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 6 genoemde informatie op te vragen bij de IND en indien nodig een certificaat en onderliggend vonnis op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.