Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4390

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
13-024583-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van onvoorwaardelijke terugkeergarantie bij Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Spaanse rechtbank voor de overlevering van een persoon met dubbele nationaliteit (Nederlands en Turks). In een eerdere tussenuitspraak van 16 april 2026 werd geoordeeld dat de verstrekte terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk was, omdat er nog beroep mogelijk was tegen de garantie.

De rechtbank heropende het onderzoek om aanvullende informatie te verkrijgen over de status van de terugkeergarantie. De uitvaardigende justitiële autoriteit bevestigde op 17 april 2026 dat de garantie onvoorwaardelijk, onherroepelijk en definitief was geworden, omdat geen hoger beroep was ingesteld.

De rechtbank concludeerde dat de overlevering kan worden toegestaan omdat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De terugkeergarantie waarborgt dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden ondergaan, wat aansluit bij de maatschappelijke re-integratie van de opgeëiste persoon.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 23 april 2026, waarbij de overlevering werd toegestaan en geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering toe op basis van een onvoorwaardelijke en definitieve terugkeergarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-024583-26
Datum uitspraak: 23 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 december 2025 door een rechter van de onderzoeksafdeling van de rechtbank van Torremolinos, Plaza Nr. 5, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon 1],
geboren op [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1],
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De zitting van 9 april 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 9 april 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman, advocaat in Almere.
De zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak met parketnummer 13-027070-26 tegen [opgeëiste persoon 2].
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
De tussenuitspraak van 16 april 2026 [3]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen ten aanzien van de verstrekte garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW.
De zitting van 23 april 2026
De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – voortgezet in gewijzigde samenstelling op de zitting van 23 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N. Wijkman.
De zaak is wederom gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaak met parketnummer 13-027070-26 tegen [opgeëiste persoon 2].

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en de Turkse nationaliteit heeft.

3.De tussenuitspraak van 16 april 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3) en de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

4.1
Inleiding
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4] Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 10 maart 2026 per brief de volgende garantie gegeven:
“A Ruling was issued on 25 February 2026 ordering that the proceedings be passed to the State Prosecution Service and other parties so that, within a deadline of 3 days, they could report on whether it would be appropriate to grant the guarantee that any prison term to which the defendants may be sentenced in Spain would be served in the Netherlands, pursuant to article 44 of Law 23/2014 of 20 November on the mutual recognition of judicial decisions in criminal matters in the European Union. The State Prosecution Service reported that it DID NOT OBJECT to granting the guarantee that any prison term to which the defendants [opgeëiste persoon 1] AND [opgeëiste persoon 2] may be sentenced would be served in the Netherlands, pursuant to article 44 of Law 23/2014 of 20 November.
(…)
METHOD OF CHALLENGE: application for AMENDMENT [recurso de REFORMA] to be lodged before this Court within a deadline of three days counted from the notification thereof.”
In de tussenuitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank in paragraaf 5 geoordeeld dat bovengenoemde terugkeergarantie niet onvoorwaardelijk is, nu hierin staat vermeld dat de garantie bij een rechterlijke uitspraak is verleend en expliciet is aangegeven dat verschillende belanghebbende partijen daartegen in beroep kunnen gaan. De rechtbank kon op basis van de informatie in het dossier niet vaststellen of van die mogelijkheid gebruik is gemaakt.
De rechtbank heeft daarom het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen hierover aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vervolgens op 17 april 2026 per brief de volgende aanvullende informatie verstrekt:
"Following reception by this Investigation Section of the Court of Instance in Torremolinos, division no. 5, of a communication from the Belgian[sic]
Authorities requesting further information on the guarantee of return ordered in the Ruling of 10 March 2026, notify said Authorities that the commitment or guarantee of return ordered in the Ruling of 10 March 2026 in respect of [opgeëiste persoon 2], Mert (born [geboortedag 2] 2000 in [geboorteplaats 2], Netherlands) and [opgeëiste persoon 1] (born [geboortedag 1] 2000 in [geboorteplaats 1], Netherlands), is unconditional, irrevocable and firm, and that no appeals have been lodged against said decision."
4.2
Standpunten van partijen
De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat op grond van de aanvullende informatie van 17 april 2026 de verstrekte terugkeergarantie als onvoorwaardelijk en definitief kan worden aangemerkt.
4.3
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde terugkeergarantie – in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 17 april 2026 – onvoorwaardelijk. In de aanvullende informatie staat namelijk vermeld dat geen hoger beroep is ingesteld tegen de verleende terugkeergarantie zodat deze definitief is geworden. [5]

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon 1]aan de rechter van de onderzoeksafdeling van de rechtbank van Torremolinos, Plaza Nr. 5, Spanje, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Rb. Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3895.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, ECLI:EU:C:2023:444 (
5.De rechtbank merkt hierbij nog op dat in de brief van 17 april 2026 wordt vermeld dat het verzoek om aanvullende informatie afkomstig zou zijn van de Belgische autoriteiten. Dit betreft echter een kennelijke misslag aangezien duidelijk is dat Nederland het EAB in behandeling heeft genomen.