Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4892

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
1331897925
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met beoordeling van weigeringsgronden en detentieomstandigheden in Litouwen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 april 2026 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Litouwen voor een opgeëiste persoon die verdacht wordt van meerdere strafbare feiten. De procedure omvatte meerdere samenvoegingsvonnissen en een samenvoegingsarrest, waarbij de opgeëiste persoon in hoger beroep is verschenen.

De rechtbank oordeelde dat de weigeringsgrond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) niet van toepassing is op het samenvoegingsarrest, omdat de opgeëiste persoon in persoon bij die procedure aanwezig was. Voor het samenvoegingsvonnis 2, waarbij de opgeëiste persoon niet aanwezig was en geen adresinstructie ontving, werd de overlevering geweigerd wegens schending van artikel 12 OLW Pro.

Met betrekking tot artikel 11 OLW Pro en de detentieomstandigheden in Litouwen concludeerde de rechtbank dat de gegeven individuele garanties van de Litouwse autoriteiten, waaronder plaatsing in specifieke gevangenissen en bescherming tegen geweld binnen het gevangenissysteem, het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling wegnemen.

De rechtbank stond daarom de overlevering toe voor het gedeelte van de straf dat ziet op de feiten van diefstal met braak en openlijke geweldpleging gepleegd op 21 januari 2021, maar weigerde de overlevering voor de overige strafvonnissen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor diefstal en openlijke geweldpleging, maar geweigerd voor samenvoegingsvonnis 2 wegens schending artikel 12 OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/318979-25
Datum uitspraak: 23 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 5 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 november 2025 door
the Šiauliai Regional Court, Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] (Litouwen)
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in het [P.I.] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 31 maart 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 maart 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar.
De rechtbank heeft de behandeling voor bepaalde tijd aangehouden, omdat een tolk in de Letse taal was opgeroepen terwijl de opgeëiste persoon Litouws spreekt.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Zitting 9 april 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Het dossier bevat een schriftelijke verklaring van de opgeëiste persoon van 9 april 2026, waarin hij afstand doet van zijn recht om bij de behandeling ter zitting aanwezig te zijn. Zijn raadsman, mr. E. Boskma, is wel verschenen maar heeft verklaard niet gemachtigd te zijn om namens de opgeëiste persoon het woord te voeren.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een bevel tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van
the Šiauliai District Court Radviliškis Courthousevan 2 juni 2025.
De oorspronkelijke vrijheidsstraf is opgelegd bij het samenvoegingsvonnis van
the Šiauliai District Court Radviliškis Courthousevan 7 december 2022 (hierna: samenvoegingsvonnis 1). Deze vrijheidsstraf is aangepast in hoger beroep bij arrest van
the Šiauliai Regional Courtvan 23 maart 2023 (hierna: samenvoegingsarrest).
In het EAB is opgenomen dat de opgeëiste persoon bij samenvoegingsvonnis 1 in eerste aanleg is veroordeeld voor de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3] De straf die is opgelegd voor deze feiten werd bij samenvoegingsvonnis 1 gecombineerd met een eerdere gecombineerde straf die is opgelegd bij samenvoegingsvonnis van
the Šiauliai District Courtvan 28 juli 2022 (hierna: samenvoegingsvonnis 2). Het EAB vermeldt dat aan samenvoegingsvonnis 2 de volgende veroordelingen ten grondslag liggen:
  • het vonnis van
  • the penal ordervan
    the Šiauliai District Courtvan 21 augustus 2021 (hierna: de onderliggende strafbeschikking ).
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar en vijf maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog tien maanden en zeven dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde samenvoegingsarrest.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet aan de overlevering in de weg staat.
Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij de processen die tot het samenvoegingsvonnis 1, het samenvoegingsarrest en het aan samenvoegingsvonnis 2 ten grondslag liggende vonnis (hiervoor benoemd als: onderliggende vonnis) hebben geleid.
Ten aanzien van samenvoegingsvonnis 2 heeft de officier van justitie zich primair op het standpunt gesteld dat dit vonnis niet aan artikel 12 OLW Pro hoeft te worden getoetst, omdat daarin uitsluitend eerder opgelegde straffen zijn samengevoegd zonder dat de rechter daarbij beoordelingsruimte had ten aanzien van de strafmaat. Subsidiair kan de rechtbank afzien van weigering, omdat sprake is geweest van een adresinstructie.
Ten aanzien van de onderliggende strafbeschikking kan er worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond, omdat deze beslissing naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres is verzonden en de opgeëiste persoon vervolgens geen rechtsmiddel heeft ingesteld. Mocht de rechtbank tot een ander oordeel komen, dan stelt de officier van justitie zich subsidiair op het standpunt dat de opgeëiste persoon zich tijdens het proces dat heeft geleid tot het samenvoegingsvonnis 1 alsnog heeft kunnen uitlaten over de onderliggende strafbeschikking en daarbij de strafmaat aan de orde heeft kunnen stellen.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het samenvoegingsarrest
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4] De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het samenvoegingsvonnis 1 een inhoudelijke behandeling in hoger beroep heeft plaatsgevonden waarin de zaak definitief ten gronde is afgedaan. De rechtbank zal daarom alleen het proces in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het samenvoegingsarrest heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is daarom niet van toepassing.
Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon bij beslissing van 24 april 2025 voorwaardelijk in vrijheid is gesteld. Uit de aanvullende informatie van 26 februari 2026 volgt dat die beslissing op 2 juni 2025 is herroepen, omdat de opgeëiste persoon de voorwaarden die in het kader van het toezicht gedurende de voorwaardelijke invrijheidsstelling aan hem waren opgelegd, die zagen op zijn gedrag en zijn bereikbaarheid voor de Litouwse autoriteiten, had geschonden. De beslissing tot tenuitvoerlegging van 2 juni 2025 is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk bij het samenvoegingsarrest opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [5]
Ten aanzien van samenvoegingsvonnis 2
Allereerst stelt de rechtbank vast dat samenvoegingsvonnis 2 onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro valt, omdat uit de aanvullende informatie van 18 maart 2026 blijkt dat daarin de duur van de straffen die zijn opgelegd bij het onderliggende vonnis en de onderliggende strafbeschikking is gewijzigd en de bevoegde autoriteit over een zekere beoordelingsmarge heeft beschikt. De rechtbank leidt dit af uit de volgende passage:

With regard to the order No. T-828-632/2022 of July 28, 2022, rendered by Siauliai District Court (judicial proceedings No. l-01-l-14696-2020-3), under which the penalties were combined imposed under the judgment by Siauliai District Court Radviliskis Courthouse on July 22, 2021 rendered in criminal matter No. 1-384-632/2021 (judicial proceedings No. l-01-1-14696-2020-3) and under the penal order rendered by Siauliai District Court Radviliskis Courthouse on August 12, 2021 passed in criminal matter No. el-1336-766/2021 (judicial proceedings No. l-0l-l-14977-2021-6), we hereby inform that the court in accordance with those two judgments combined the penalties imposed with regard to [opgeëiste persoon] by following the law, i.e. Article 63, part 1, part 4, part 9 and Article 65 part 1 subpoint a) of the Criminal Code of the Republic of Lithuania. As it is established in Article 63 part 1 of the Criminal Code of the Republic of Lithuania, where several criminal acts have been committed, a court shall impose a penalty for each criminal act separately and subsequently impose a final combined sentence. When imposing a final combined sentence, the court may impose either a consolidated sentence or a fully or partially cumulative sentence.”
In de aanvullende informatie van 18 maart 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit tevens het volgende meegedeeld :
“(...)
[opgeëiste persoon] was informed of the hearing after which the order No. T-828-632/2022 was passed on July 28, 2022 (judicial proceedings No. l-0l-1-14696-2020-3); on July 20, 2022 the notification was sent by post to the last known residential address indicated by [opgeëiste persoon] in which it was specified that on July 18, 2022, Siauliai District Court Radviliskis Courthouse received a motion from Siauliai Regional Prosecutor's Office Siauliai District Prosecutor's Office regarding combining of the penalties imposed to him ( [opgeëiste persoon] ) under the judgment of July 22, 2021 and the penal order of August 21, 2021; the motion was scheduled for hearing on July 28, 2022 at 13.30 hours. [opgeëiste persoon] was aware of the duty to inform the Lithuanian authorities about address changes, however he failed to do so, absconded from serving his custodial sentence and, therefore the order No. T-828- 632/2022 (judicial proceedings No. 1-01-1-14696-2020-3) of July 28, 2022 was passed in absence of [opgeëiste persoon] from the court hearing.
2. With regard to the penal order of August 12, 2021, rendered by Siauliai District Court Radviliskis Courthouse in criminal matter No. e 1-1336-766/2021) (judicial proceedings No. l-0l-l-14977-2021-6), we hereby inform that [opgeëiste persoon] had indicated his residential address in criminal matter No. el -1336-766/2021, after which the penal order No. el-1336-766/2021 was passed by Siauliai District Court Radviliskis Courthouse on August 12, 2021. In this matter [opgeëiste persoon] was imposed a preventive measure, namely a written undertaking not to leave the place of residence located in: [adres] . [opgeëiste persoon] had familiarized himself with the decision to impose a preventive measure, a written undertaking not to leave against his signed receipt; he was warned that he may be imposed a stricter preventive measure in the event of violation of his written undertaking. Moreover, [opgeëiste persoon] was explained that: 1) in order to leave the place of residence or the place of temporary stay for not longer than seven days, he is obligated to inform in writing (for e.g. by a letter, registered mail) or by electronic means of communication (for e.g. by e-mail, fax) an officer carrying out the pretrial investigation of a prosecutor leading the pretrial investigation, by indicating another place of his stay along with the length of his stay; 2) in order to leave for over seven days or abroad, he must obtain a written permit from the pretrial investigation officer, prosecutor or court. (…)”
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro worden geweigerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit voornoemde aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon tijdens het proces voorafgaand aan de onderliggende strafbeschikking een adres heeft opgegeven en dat de oproeping voor de zitting in de procedure voor het samenvoegingsvonnis 2 naar zijn laatst bekende adres is gestuurd. In de procedure die heeft geleid tot de onderliggende strafbeschikking is de opgeëiste persoon gewezen op zijn verplichting om adreswijzigingen door te geven en heeft hij een schriftelijke adresinstructie ontvangen en ondertekend. Niet is gebleken dat deze adresinstructie zich ook tot een eventuele samenvoegingsprocedure uitstrekte en, zo ja, of de opgeëiste persoon hiervan op de hoogte was. Evenmin blijkt uit de verstrekte informatie of de opgeëiste persoon in de procedure die tot het onderliggende vonnis heeft geleid een adresinstructie heeft gekregen en, zo ja, hem daarin is meegedeeld dat deze adresinstructie zich ook tot een eventuele samenvoegingsprocedure uitstrekte. Ten slotte is evenmin gebleken dat de opgeëiste persoon in het kader van de procedure die heeft geleid tot samenvoegingsvonnis 2 een adresinstructie heeft gekregen.Uit de aanvullende informatie blijkt daarnaast dat de procedure voor het samenvoegingsvonnis 2 door het Litouwse openbaar ministerie is geïnitieerd.
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank niet kan vaststellen of de opgeëiste persoon wist van de procedure rondom samenvoegingsvonnis 2 (of daarvan had kunnen weten). Om die reden kan de rechtbank niet beoordelen of hij (al dan niet stilzwijgend) afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten dan wel onzorgvuldig is geweest ten aanzien van zijn bereikbaarheid voor de Litouwse justitiële autoriteiten.
De rechtbank zal daarom de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro weigeren, voor zover deze ziet op samenvoegingsvonnis 2. Daarom behoeven de aan dat vonnis ten grondslag liggende vonnis en strafbeschikking geen nadere bespreking in het licht van artikel 12 OLW Pro.

5.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten waarop samenvoegingsvonnis 1 ziet niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
diefstal.

6.Artikel 11 OLW Pro; Litouwse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). [6] Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg.
De
Lithuanian Prison Serviceheeft op 4 maart 2026, voor zover relevant, de volgende aanvullende informatie gegeven
“1. If [opgeëiste persoon] is surrendered under the EAW he will be placed in Vilnius Prison or Kaunas Prison for up to 10 days, after which he will be sent to prison to serve his sentence. Currently, it is not possible to determine in which prison [opgeëiste persoon] would be serving his sentence of imprisonment. Please note that convicted persons are sent to specific places where the sentence is to be served, taking into account the length of time for which the sentence imposed must be served, the severity and nature of the offence committed, the convicted person’s health, psychological characteristics, age, ability to work, the speciality held and, where possible, the place of permanent residence of the convicted person or his/her relatives. Taking into account the length of the prison sentence to be served by [opgeëiste persoon] , he can be sent to serve his sentence in Vilnius, Pravieniškės, Alytus, or Marijampolė prison. During detention, [opgeëiste persoon] will be held in a cell, which usually holds 3-4 detainees. During his sentence, he will be placed in dormitory-type room.
(…)
Detainees are taken for a walk together with the detainees from the same cell. R.
Labanovas will be placed in a cell with other detainees/convicts only after it has been established that there is no risk of conflict among these detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell/dormitory-type room. It should be noted that activities in prisons are organised in accordance with a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates any possibility for the detainees or convicted persons with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/or activities. In order to control violence among inmates and as far as possible, leaders of nonformal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on others are held separately from other vulnerable inmates. Leaders of non-formal prison hierarchies are isolated on separate floors and in separate locked cells.
4. In all prisons of Lithuania, detainees and convicts are subject to assessment on the basis of their potential risk of violence or their potential for violence, and, depending on the risks identified, detainees and convicts are differentiated and placed in cells or dormitory type room in such a way that ensures their safety. If [opgeëiste persoon] were surrendered to Lithuania on the basis of the EAW, before being placed in a cell or dormitory-type room, he would be assessed for any possible risks of violence and would be placed in a cell free of the risk of any violent conflicts between him and other detainees/convicts in that cell or dormitory-type room. Prison staff continuously monitor the microclimate among detainees/inmates and apply preventive measures to avoid violent conflicts if they identify or receive information about any potential risk of violent conflicts among detainees/inmates, including separating detainees/inmates who may have a violent conflict, redistributing detainees/inmates in cells or isolating them.
In addition, an individual resocialization plan is drawn up for each convict, setting out rehabilitation measures (programs, employment, work) in which the convict must participate in order to manage their criminogenic needs and address other problems related to recidivism or problematic behaviour, including violent behaviour and the use of psychoactive substances. An individual resocialization plan will also be drawn up for [opgeëiste persoon] , in which he will be involved, thus directing him towards planned, predictable activities and minimizing the possibility of unexpected behaviour. During his sentence, [opgeëiste persoon] will be assigned a contact officer who will help him resolve any issues related to the implementation of his resocialization plan and any social needs that arise during his entire sentence.
4.1.
In order to manage threats and potential confrontation between prisoners in common areas and the prison yard, these areas are monitored by prison officers as well as by monitoring the situation via built-in video cameras in most common areas. Furthermore, as mentioned above, convicts and detainees are taken to the yard according to the daily schedule, at the time allocated to them, together with detainees from their cell or convicts from the same sector.
4.2.
The microclimate among detainees/convict is monitored through interactions between officers and detainees/convicts, collection of relevant information on events and relationships, and through analysis, evaluation and exchange of meaningful information with other members of the staff.
(…)
4.4.
An officer working at his assigned post or a contact officer who notices tension between
detainees or convicts shall take measures to resolve the situation that caused the tension. This may involve conversations, consultations, or seeking assistance from other prison specialists
(psychologists, etc.). If the tension that poses a threat of violent conflict cannot be resolved, the
detainees or convicts can separated and moved to other cells.
5. Detainees are provided with the residential space of not less than 3.6 m² (excluding sanitary
facilities). Convicted persons who are serving the sentence of imprisonment, are provided with the residential space of not less than 3.1 m² (excluding sanitary facilities).
We assure you that [opgeëiste persoon] , if issued to Lithuania under the EAW, will be placed separate
from the leaders of the informal prison hierarchies and their accomplices and other prisoners who have a negative influence on other prisoners and they do not come in contact with them in their
cell/dormitory-type room, during activities and in common-use areas.”
In aanvulling hierop heeft de
Lithuanian Prison Serviceop 17 maart 2026, voor zover relevant, de volgende informatie verstrekt:
“1. Given that Mr. [opgeëiste persoon] was conditionally released from Pravieniškės Prison, it is most likely that, if surrendered under an EAW, he will be sent to serve the remainder of his prison sentence at Pravieniškės Prison, though this is not necessarily the case.
2. While serving his sentence, Mr. [opgeëiste persoon] will have at least 3.1 m² of living space
(excluding sanitary facilities).
3. Conditions at Pravieniškės Prison are consistent with the information provided in letter No. 1S-1413 dated March 4, 2026.
4. We assure you that [opgeëiste persoon] , if issued to Lithuania under the EAW, will be placed separate from the leaders of the informal prison hierarchies and their accomplices and other prisoners who have a negative influence on other prisoners and they do not come in contact with them in their cell/dormitory-type room, during activities and in common-use areas.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank [7] – op het standpunt overlevering kan worden toegestaan, omdat de garanties in de aanvullende informatie voldoende zijn om het algemeen reëel gevaar op schending van artikel 4 Handvest Pro voor de opgeëiste persoon weg te nemen.
Oordeel van de rechtbank
Uit de aanvullende informatie van 17 maart 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk zal worden gedetineerd in de
Pravieniškės Prison. De rechtbank zal daarom alleen de detentieomstandigheden in deze instelling toetsen. [8]
De rechtbank is, gelet op de aanvullende informatie van 4 maart 2026 en 17 maart 2026, van oordeel dat met de gegeven individuele garantie van de Litouwse autoriteiten het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. In de aanvullende informatie zijn concrete maatregelen genoemd die binnen de detentie-instelling worden genomen om de opgeëiste persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op het risico op geweld of een vernederende behandeling van de opgeëiste persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op dergelijke risico’s voor de opgeëiste persoon tijdens zijn verblijf in de gemeenschappelijke ruimtes. Omdat deze garantie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt, staat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg.

7.Slotsom

De rechtbank stelt ten aanzien van de strafbare feiten zoals vermeld in onderdeel e) van het EAB en waarvoor aan de opgeëiste persoon bij het samenvoegingsarrest een gedeeltelijke straf is opgelegd, vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, dat verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en dat geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering voor die feiten toe, te weten de diefstal met braak en de openlijke geweldpleging, beiden gepleegd op 21 januari 2021. Voor het overige weigert de rechtbank de overlevering.
De rechtbank kan niet beoordelen welk gedeelte van de vrijheidsstraf geacht moet worden te zijn opgelegd voor de feiten waarvoor de overlevering moet worden toegestaan. Dit staat ter beoordeling van de bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat, die gehouden zijn om, na de feitelijke overlevering, de tenuitvoerlegging van de straf tot het hiervoor bedoelde gedeelte te beperken.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 141, 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Šiauliai Regional Court,Litouwen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het gedeelte van de (bij het samenvoegingsarrest opgelegde) vrijheidsstraf dat ziet op de feiten vermeld in onderdeel e) van het EAB, te weten de diefstal met braak en de openlijke geweldpleging, gepleegd op 21 januari 2021.
WEIGERTde overlevering voor zover het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van het gedeelte van de (bij het samenvoegingsarrest opgelegde) vrijheidsstraf dat ziet op de feiten vermeld in de aan samenvoegingsvonnis 2 ten grondslag liggende vonnis en strafbeschikking.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. L. Sanders en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
5.HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (
8.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.