De zaak betreft het verzoek van Van Lanschot Kempen N.V. (VLK) tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. [Verweerder] betwist dit en verzoekt zelf ontbinding op de cumulatiegrond met diverse aanvullende vorderingen.
De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een onoverbrugbaar verschil van inzicht tussen partijen en dat herplaatsing niet mogelijk is. VLK heeft zich voldoende ingezet om de arbeidsverhouding te verbeteren, onder meer via een verbetertraject en mediation, maar dit heeft niet geleid tot herstel. [Verweerder] heeft zelf ontbinding verzocht, wat het gebrek aan vertrouwen bevestigt.
Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen door VLK. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever terecht het verbetertraject is gestart en dat de beëindiging daarvan en de vrijstelling van werkzaamheden redelijk waren. Ook is geen schending van de Wet bescherming klokkenluiders vastgesteld.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2026. [Verweerder] krijgt recht op de wettelijke transitievergoeding van €123.036,20 bruto, vermeerderd met wettelijke rente. Verzoeken tot billijke vergoeding, betaling van vakantiedagen en andere kosten worden afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.