Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5456

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
13-079135-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 OLWArt. 22 OLWArt. 27 OLWArt. 29 OLWArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over detentieomstandigheden bij Europees aanhoudingsbevel Frankrijk

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 mei 2026 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten tegen een persoon zonder vaste verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in Nederland. Het EAB betreft ernstige strafbare feiten zoals deelname aan een criminele organisatie, drugshandel en witwassen.

De rechtbank onderzocht de detentieomstandigheden in de Franse gevangenissen Lille-Annoeullin, Lille-Sequedin en Bethune, waar de opgeëiste persoon naar verwachting zal worden geplaatst. Geconstateerd werd dat deze instellingen ernstig overbevolkt zijn, met bezettingsgraden tot 231%, wat leidt tot onvoldoende persoonlijke ruimte per gedetineerde.

De raadsman betoogde dat de detentiegaranties onvoldoende zijn en verzocht om niet-ontvankelijkheid of aanhouding van de zaak. De officier van justitie stelde voor de zaak aan te houden voor nadere vragen aan de Franse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat de verstrekte informatie onvoldoende is om het algemene gevaar van schending van grondrechten weg te nemen en besloot het onderzoek te heropenen, de beslistermijn met 30 dagen te verlengen en de gevangenhouding te continueren.

De zaak wordt uiterlijk 30 juni 2026 opnieuw op zitting gepland, waarbij de opgeëiste persoon en een Franse tolk worden opgeroepen. Tegen deze tussenuitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek naar detentieomstandigheden en verlengt de beslistermijn met 30 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-079135-26
Datum uitspraak: 26 mei 2026
TUSSEN-UITSPRAAK
op de vordering van 19 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 maart 2026 door de
Procureur de la République près le Tribunal Judiciaire de Lille, Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] (Algerije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 mei 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.J. Korver, waarnemend voor mr. M.L. van Gessel, beide advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn. Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 9 maart 2026 van de rechtbank van Lille met kenmerk 25122000342, JICJIRSAC25000002.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;witwassen van opbrengsten van misdrijven.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden in Frankrijk

Inleiding
In twee uitspraken van 5 augustus 2025 [4] heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3m². Bij tussenuitspraak van 12 februari 2026 [5] heeft de rechtbank het algemene gevaar ten aanzien van de detentie-instelling in Fresnes uitgebreid. Mannelijke verdachten en veroordeelden met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd, en zo ook de opgeëiste persoon. Voor hem geldt dus het hiervoor bedoelde algemeen gevaar van schending van grondrechten in detentie in Frankrijk.
Op 30 april 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“[...] In light of the above-mentioned criteria, the Public Prosecutor of LILLE is able to indicate that [de opgeëiste persoon] would, in principle, be assigned to the remand prison of:- LILLE-ANNOEULLIN within the jurisdiction of the Court of Appeal of Douai, whose occupancy rate stood at 156% on 9 April 2026 according to French standards for calculating the occupancy rate of detention facilities.- LILLE- SEQUEDIN within the jurisdiction of the Court of Appeal of Douai, whose occupancy rate stood at 164% on 9 April 2026 according to French standards for calculating the occupancy rate of detention facilities.- BETHUNE remand prison within the jurisdiction of the Court of Appeal of Douai, whose occupancy rate stood at 231% on 9 April 2026 according to French standards for calculating the occupancy rate of detention facilities.
On 09/04/2026, the remand prison of LILLE-ANNOEULLIN reported an overall occupancy rate of 176%, + which means that inmates are being held in cells that exceed their design capacity.On 09/04/2026, the remand prison of LILLE- SEQUEDIN reported an overall occupancy rate of 170%, + which means that inmates are being held in cells that exceed their design capacity.On 09/04/2026, the remand prison of BETHUNE reported an overall occupancy rate of 231%, + which means that inmates are being held in cells that exceed their design capacity. However, no prisoner sleeps on a mattress on the floor.
[...]
The LILLE-ANNOEULLIN detention facility consists of a “men’s remand centre” (MAH) section, intended for persons awaiting trial, such as [de opgeëiste persoon] . The men’s remand centre section contains:- 272 cells, each measuring 10 to 11 m² and with a design capacity of one place, equipped with two beds.- 7 cells, each measuring 12 to 13 m² with a capacity of two places and equipped with two beds.- 54 cells, each measuring 13 to 14 m² with a design capacity of two places and equipped with two beds.- 20 cells each measuring 13 to 14 m² dedicated to the Regional Medical and Psychological Service, with a capacity of one place.- 15 cells, each measuring 14 to 19 m² with a design capacity of 3 places and equipped with 2 beds.- 5 accessible cells for persons with reduced mobility, measuring 19 to 24 m² and with a capacity of 1 place.The LILLE-SEQUEDIN detention facility consists of a “men’s remand centre” (MAH) section, intended for persons awaiting trial, such as [de opgeëiste persoon] . the “men’s remand centre” (MAH) for adults has 373 cells with 429 operational places.The men’s remand centre section contains:- 284 cells, each measuring 10 to 11 m² and with a design capacity of one place, equipped with two beds.- 33 cells, each measuring 12 to 13 m² with a capacity of two places and equipped with two beds.- 41 cells, each measuring 13 to 14 m² with a design capacity of two places and equipped with two beds.- 6 accessible cells for persons with reduced mobility, measuring 19 to 24 m² and with a capacity of 1 place.BETHUNE remand prison is composed of an adult men’s remand prison unit intended for newly arrived persons and persons awaiting trial, which is the case of [de opgeëiste persoon]. BETHUNE remand prison has 172 cells with a surface area of 10 to 11 m², with a theoretical capacity of one place, equipped with two beds.
Cell capacity is determined by the circular of 16 March 1988 based on the floor area of the room. The area of the sanitary facilities is therefore included in the room’s floor area; as the size of the sanitary facilities depends on technical constraints, it varies between 1.4 and 1.8 m².Each cell is equipped with an opening window to ensure air circulation and to enable inmates to read and work in natural light, a partitioned bathroom area including a toilet, a washbasin with hot and cold running water and a heating system. Lighting is provided by a ceiling light, which is switched on using a switch in the cell. Each inmate has a bed.
[...]”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB vanwege de detentieomstandigheden en de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De afgegeven detentiegarantie volstaat niet gelet op de extreme overbevolking in de drie genoemde gevangenissen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding van de zaak om de Franse autoriteiten nog eenmaal de kans te geven om een afdoende detentiegarantie te verstrekken.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om nadere vragen te stellen aan de Franse autoriteiten over de detentieomstandigheden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt allereerst dat zij gelet op het arrest
MLvan het HvJ EU uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. [6]
Uit de aanvullende informatie van 30 april 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in principe zal worden geplaatst in Lille-Annoeullin, Lille-Sequedin of Bethune.
De rechtbank is van oordeel dat de gegeven informatie voor alle drie genoemde detentie-instellingen onvoldoende is om te kunnen beoordelen of deze informatie het vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het onderzoek te heropenen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen:
1. Uit de gegeven informatie van 30 april 2026 maakt de rechtbank op dat de opgeëiste persoon in principe zal worden geplaatst in Lille-Annoeullin, Lille-Sequedin of Bethune. In welke van deze detentie-instellingen zal de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid worden geplaatst na overlevering?
2. Gelet de grootte van de cel (exclusief sanitaire voorzieningen) en de bezetting van de cel, hoeveel 'persoonlijke ruimte' zal de opgeëiste persoon in zijn cel hebben?
3. Kan worden gegarandeerd dat de opgeëiste persoon minimaal 3 m² persoonlijke ruimte (exclusief sanitaire voorzieningen) wordt verstrekt in een cel met meerdere bewoners, in het licht van het arrest in
Dorobantu(ECLI:EU:C:2019:857, § 75-76)? Indien 3 m² niet kan worden gegarandeerd, verzoekt de rechtbank om de volgende vragen te beantwoorden (EVRM 20 oktober 2016, nr. 7334/13 (Muršić tegen Kroatië, § 138)):
4. Kan voor de opgeëiste persoon worden gegarandeerd dat de beperkingen in de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3 m² kort, incidenteel en gering zullen zijn?
5. Gaan dergelijke beperkingen gepaard met voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel en adequate activiteiten buiten de cel?
6. Heeft deze detentie-instelling over het algemeen behoorlijke detentieomstandigheden en wordt de opgeëiste persoon niet onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden?
Verlenging beslistermijn
De rechtbank zal ingevolge artikel 22, vijfde lid, OLW de beslistermijn met 30 dagen verlengen en gelijktijdig de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW met
30 dagen verlengen.

6.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder overweging 5 opgenomen vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
VERLENGTde termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met dertig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEPAALTdat de zaak vanwege het verstrijken van de verlengde beslistermijn op 14 juli 2026, uiterlijk 30 juni 2026 opnieuw op zitting moet worden gepland.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Franse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Scheeper, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.J. Gauneau en E. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5749 en Rb. Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5751.
5.Rb. Amsterdam 12 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1585.
6.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.