Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
AMS 23/3083
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaken tussen
Samenvatting en conclusie
Procesverloop
Alle zaken
Achtergrond
Het college heeft in het verleden exploitatievergunningen voor de passagiersvaart voor onbepaalde tijd verleend. Daarbij was het aantal verleende vergunningen gemaximeerd. Tot 2013 werden door middel van uitgifterondes alleen nieuwe exploitatievergunningen verleend als het college van mening was dat de drukte op het water dat toestond. In 2016 [1] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) geoordeeld dat de Dienstenrichtlijn [2] op deze vergunningen van toepassing is en dat de geldigheidsduur van vergunningen voor passagiersvaart niet onbeperkt mag zijn als het aantal vergunningen is beperkt door een dwingende reden van algemeen belang als bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Omdat het college het aantal exploitatievergunningen wilde maximeren, heeft het beleid vastgesteld voor de passagiersvaart op de Amsterdamse binnenwateren. Dat beleid is neergelegd in de Nota Varen deel 1 van maart 2019. Hierin is onder meer een volumebeleid voor de passagiersvaart opgenomen, waarbij het maximum aantal exploitatievergunningen is vastgesteld op 550 (hierna ook: het vergunningenplafond). In de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob) en in hoofdstuk 3 van de Regeling op het Binnenwater 2020 (Rob) is hier verder invulling aan gegeven. Met de Beleidsregels omzetting vergunning passagiersvaart heeft het college bepaald hoe de wijziging van vergunningen van onbepaalde naar bepaalde tijd in zijn werk zal gaan. In 2020 heeft het college op basis van deze regelgeving de op dat moment geldende exploitatievergunningen omgezet naar vergunningen voor bepaalde tijd. Een aantal van die vergunningen kreeg een geldigheidsduur tot 1 maart 2024.
Omvang van het geding
1 maart 2024 zouden aflopen, almede nieuwe toetreders, een aanvraag indienen voor een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Deze exploitatievergunning gaat in per 1 maart 2024. In deze uitgifteronde 2024 waren 155 exploitatievergunningen beschikbaar.
25 september 2024 is de looptijd van de toegekende vergunningen gewijzigd van bepaalde in onbepaalde tijd waardoor er inmiddels 728 vaartuigen zijn met een exploitatievergunning..
- de afgewezen aanvragen om een exploitatievergunning op grond van rangorde,
- de toegewezen aanvragen om een exploitatievergunning voor zover daarbij welstandseisen aan de vergunning zijn verbonden en
- de toegewezen aanvragen om een exploitatievergunning van andere reders.
Beoordeling door de rechtbank
Eisers voeren, kort samengevat, aan dat het Welstandsbeleid Passagiersvaart Amsterdam 2019 (het Welstandsbeleid) niet voldoet aan de daaraan op grond van de Dienstenrichtlijn te stellen eisen. De welstandscriteria zoals opgenomen in de Welstandsnota en verbonden aan de vergunningen van eisers zijn in strijd met de Dienstenrichtlijn.
Rechtstreekse beroepen
Conclusie en gevolgen
1 punt voor het verschijnen op zitting en 0,5 punt voor het verschijnen op een nadere zitting [12] , met een wegingsfactor 1,5 wegens samenhangende zaken en een waarde per punt van € 934,-). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
mr. M.H. van Haeften, leden, in aanwezigheid van mrs.C. Simonis en N. van der Kroft, griffiers.