Uitspraak
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 februari 2026, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het instructievonnis van 13 maart 2026.
2.De kern
3.De beoordeling
- elektriciteit € 1.773,58
- water € 217,56
- schoonmaak € 19,50
- storingsabonnement € 48,75
- administratiekosten € 43,23
- € 3.900,00 aan borg;
- € 983,42 aan te veel betaalde servicekosten, verrekend met de tegenvordering van [gedaagde] (€ 2.772,38 - € 1.788,96).
.De proceskosten van [eisers] worden begroot op € 725,50, bestaande uit het griffierecht (€ 93,-), het salaris van de gemachtigde (2 punten x € 253,-) en de nakosten (0,5 punt x € 253,-). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.